Welke muziek inspireerde me in mijn werk

https://www.brainwash.nl/bijdrage/psycholoog-liesbeth-woertman-schoonheid-heeft-niet-zoveel-met-perfectie-te-maken

Een paar weken geleden werd me deze vraag gesteld: welke muziek inspireerde u in uw werk? Brainwash maakt podcast met mensen vanuit deze vraag. Drie fragmenten werden er gevraagd en aan de hand daarvan zou een interview van drie kwartier plaatsvinden. Ik dacht dat ik deze beurt over moest slaan want muziek speelt niet zo’n grote rol in mijn leven.

Toch ging ik op een avond zoeken via Spotify en al snel koos ik allerlei liedjes die me beinvloed hadden. Verrek verschillende hoofdstukken uit Psychologie van het Uiterlijk beginnen met een regel uit een liedje. Ik begon er plezier in te krijgen en koos uiteindelijk voor Hallelujah, Janis Ian en Diana Roos

Het hallelujah verwijst naar mijn kindertijd waar ik in de kerstnacht solo het begin van het Halleluja van Handel mocht zingen. Heel hoog en loepzuiver deed ik voor het eerst de ervaring op van resonantie. Uiteraard kende ik dat woord niet maar ik ervaarde dat mijn stem werd gehoord en in aandacht werd ontvangen en dat maakte me erg blij. Ik koos voor de podcast de uitvoering van Leonard Cohen maar uiteraard hoorde ik die versie pas jaren laten.

De andere twee nummers hebben te maken met het je bewust worden van de oordelen en de ogen van anderen en de belangrijke rol van aanraking. Iedere keer wanneer jij me aanraakt, word ik een held, zoals de diep ontroerende zin luidt van een nummer van Diana Ross.

Het was een fijn gesprek met Floortje Smit en ik bedank de redactie van Brainwash vooral dat ze me op het spoor zette om weer eens naar muziek te luisteren en te ervaren hoeveel moois er bestaat.

Na 51 jaar werken, zit ik nu thuis Gelukkig te wezen in mijn eentje

dankzegging 14 oktober 2020

Op deze foto sta ik, zichtbaar nerveus, jullie allemaal te bedanken voor de boeiende, leerzame en groeiende tijd aan de universiteit. Een eenvoudige bijeenkomst met slechts 28 mensen in de ruimte en een groep mensen die digitaal meekeken. Even geen woordenwisseling, geen kritiek en geen ego snoeverij maar hartelijkheid en kijken naar het goede van de afgelopen jaren. Wat doet me dat goed.

Zoveel collega’s die de moeite hebben genomen om een pagina te schrijven vanuit de vraag welke bloem zij met mij associeren. Het bijzonder is dat niemand dezelfde bloem noemde en dat het zaadje van liefde belangrijker werd bevonden dan het zaadje van kennis. Ik ben een zonnebloem, cosmea, kokospalm, dahlia,hibiscus, gele roos, pioenroos, paradijsvogelbloem, waterlelie, kamille en kamperfoelie. Kalachoe, volharding een eeuwige liefde. Chrysanthemum, optimisme, lang leven, betrouwbaarheid en plezier. Sowieso stond het beeld van de zaaier heel dominant in de toespraken. Elkaar zo tot bloei kunnen brengen. Wat is er mooier dan dat. Bij elkaar leverde het een mooi boek op waar ik nog met regelmaat in zal kijken en van genieten.

Het goede in de ander willen en kunnen zien, hoe heerlijk is dat, maar vooral hoe belangrijk is dat in deze Coronatijd waarin verdeeldheid tussen mensen lijkt te groeien. Ook ik heb last van angst, onzekerheid en zwaarte die me naar beneden trekt en ook ik moet me iedere dag opnieuw aansporen om licht te zijn en vriendelijk naar mezelf en naar andere mensen.

Verlies alsjeblieft niet je vermogen om te bloeien. Wees daar zorgzaam in en alert zowel naar jezelf als naar anderen. Angst is besmettelijk maar lichtheid eveneens en vergeet nooit dat ook in jou vele talenten wachten om tot bloei te komen.

Wat een afscheid: Onderscheiding met de Nederlandse leeuw

Van snoepverkoopster bij Jamin tot ridder in de orde van de Nederlandse leeuw

Van snoepverkoopster bij Jamin tot ridder in de orde van de Nederlandse leeuw. Wat een weg en wat een afscheid.

Veel van jullie weten dat ik al vanaf 10 mei 2020 officieel met pensioen ben en door Corona mijn afscheidsrede en grote receptie en diner misliep. Mijn ondersteuners vonden dat toch een beetje sneu, de schurken, en stelden in september voor om toch een klein afscheid te organiseren. Zo werd de datum van 14 oktober 2020 geprikt en ik moest mijn gastenlijst van honderden mensen terugbrengen naar 30. Dertig mensen, waaronder mijn moeder, 88, en mijn schoonmoeder van 91, kinderen en kleinkinderen en nabije collega’s, kwamen in het Huis van de voormalige Utrechtse Paus, bij elkaar.

De stoelen stonden ver uit elkaar en iedereen kreeg een eigen bakje met noten en ander lekkers. Niemand raakte elkaar aan en er werd onhandig gebogen en met warme ogen naar elkaar geknipperd. Mijn kleinkinderen waren prachtig feestelijk gekleed en hadden er veel zin in om oma in toga te zien. Om 16.15 opende Marcel van Aken, decaan van de faculteit sociale wetenschappen, de bijeenkomst. Ik was erg nerveus. Waarschijnlijk omdat pas op woensdagmorgen duidelijk werd dat het afscheid door mocht gaan. Ik had amper tijd gehad om me te verheugen.

Ik mocht mijn afscheidscollege geven maar het werd een grote dankzegging voor alle steun die ik had mogen ontvangen door zowel mijn ondersteuners als het bestuur van de universiteit. Daarna lofuitingen en hier een klein citaat om u mee te laten genieten van de sfeer:

“Dit ben jij ten voeten uit: betrokken, gepassioneerd, direct, liefdevol, genadeloos en puttend uit een veelkleurig register van taal en beelden. Iedereen kan je verhaal volgen en dat is een verademing want veel wetenschappelijke vertogen doen niet onder voor de oude Latijnse vertogen, onbegrijpelijk voor niet klassiek onderlegde burgers en waarmee geleerden vooral hun status onderschreven en zich hoog verhieven boven het volk. Wat jij doet en gedaan hebt is wetenschap bedrijven met je ziel, met je hart en dat is precies het verschil tussen ambitie en passie”.

Met rode oortjes hoorde ik alle complimenten aan ondertussen knipogend met mijn kleindochter. Het was gezegd en het was gedaan. Toch fijn om even fysiek en met een live stream echt afscheid te kunnen nemen en toen kwam de burgemeester binnen. Ik zat met open mond en hoorde dat ik een koninklijke onderscheiding kreeg voor mijn wetenschappelijk werk maar vooral voor mijn maatschappelijke betrokkenheid en impact. Ik zag natuurlijk niet mijn eigen gezicht maar blijkbaar moest het iets uitdrukken van opperste verbazing. Ik het meisje uit Sterrenwijk, een koninklijke onderscheiding? Ik moest keihard lachen zoals u op de foto kunt zien en waarop ik mijn eigen verbaasde gezicht terugzag.

In verband met de corona regels kon de burgemeester de medaille niet opspelden en mocht Barend dat doen.

De volgende dag ontdekten ik in een grote tas met cadeaus een prachtige fotoboek en een boek met allerlei mooie herinneringen en wensen van mijn collega’s, vrienden en geliefden. Heel langzaam maakte ik dat open en de eerste pagina van mijn zoon deed me al volschieten dus de rest van het boek wordt nu per pagina per dag bekeken en beleefd.

Wat wordt er van me gehouden. Wat ben ik door veel mensen gezien. Ben er helemaal ondersteboven van en moet er echt de komende dagen van bijkomen. Vandaag maar een wandeling maken en een wasje doen. Even weer terug op aarde.

Symposium imperfectie en de angst voor afhankelijkheid

symposium imperfectie jaarbeurs 9 oktober 2020

Vrijdag 9 oktober 2020 was er een bijzonder symposium in de Jaarbeurs van Utrecht over imperfectie. De Jaarbeurs is niet de meest intieme plek om met elkaar te werken door haar grootte maar in deze periode is het een pluspunt omdat het symposium, coronaproof, doorgang kon vinden. De zaal was opgesteld met rijen losse tafeltjes, zoals we dat kennen van tentamens en de gangen zijn gigantisch breed. Ik schat dat er 80 mensen in de zaal zaten, psychologen en psychiaters en een paar honderd mensen die via een link meededen. Ik mocht de openingslezing geven over het imperfecte lichaam en vooral het intersubjectieve karakter en dat het lichaam zich ook regelmatige in het onvertrouwde moet begeven, stond centraal. Hier een klein fragment:

“Om een goede verhouding tot ons lijf te hebben is het leren omgaan met het onvertrouwde van groot belang. Waar zijn we als we in het onvertrouwde zijn? Hoe kunnen we nieuwe ervaringen koppelen aan wie we zijn? De mens bevindt zich altijd voor een deel in onbekend gebied EN op vertrouwd terrein. Ons bewegen in het onbekende gaat altijd gepaard met angst. Sommige mensen verdragen dat en houden wel van een adrenalinekick. Veel mensen laten zich door hun eigen angsten leiden en zien af van nieuwe ervaringen. Ze sluiten zich op in wat hen vertrouwd is maar daardoor ontzeggen ze zich de mogelijkheden om te groeien, om te veranderen. Leven is per definitie veranderen. In iedere levensfase moeten we ons leren verhouden tot ons lijf dat we zijn en dat we hebben. In onze tijd, waarin het aangeboden schoonheidsideaal leeftijdsloos lijkt, is dat een heel moeilijke opdracht”.

Om ons een identiteit te geven, gebruiken we beelden. Alsof we pas dankzij beelden kunnen zijn wie we zijn. Stap uit je hoofd, uit de beelden en kom in je lichaam. Streef niet naar perfectie niet voor je uiterlijk en niet op innerlijk niveau. Hoe moeilijk het ook is maar laat je imperfecties onderdeel uit mogen maken van wie je bent.

De tweede lezing van Jos van Mosel en sloot prachtig aan. Hij vertelde over breuken en stagnaties in de psychoanalystische relatie die niet te vermijden zijn en besprak het concept van “de Derde” geinspireerd op het werk van Jesscia Benjamin. Ook hier gaat het om de intersubjectieve benadering en de mens als relationeel wezen.

Het middagprogramma bood prachtige therapeutische perspectieven rondom imperfectie en schaamte.

Ik vond het hoopvol dat zoveel hulpverleners het pad van de inter subjectiviteit aan het onderzoeken zijn omdat dat de enige mogelijkheid is om tot echt contact te komen waarin iedereen kan groeien.

Ballenbak voor volwassenen of hoe zorg je voor echt plezier

foto gemaakt door Maartje Bressers plusonline

Plus online plaatste op 30 september 2020 de podcast over Psychologie van het uiterlijk. Het interview is al een half jaar geleden opgenomen tijdens de gezondheidsbeurs afgelopen februari. De podcast is nu te beluisteren via deze link

https://www.plusonline.nl/gezondheid/plus-podcast-de-psychologie-van-het-uiterlijk-met-professor-liesbeth-woertman

Wat me afgelopen dagen sterk bezig heeft gehouden is de opkomst van drie selfie musea in Amsterdam die blijkbaar ook nog erg op elkaar lijken, zo vertelde me een journalist. Ze hebben alledrie een ballenbak waar je eindeloos foto’s van jezelf kunt nemen om die te posten op Insta. Het lijkt me een aardige activiteit voor kinderen en tieners maar er gaan ook volwassenen naartoe die zichzelf fotograferen. De toegang kost 25 euro en dat is meer dan de toegangsprijs voor ieder ander echt museum. Raar toch dat amusementshallen waar mensen selfies kunnen maken musea heten?

Doorgeslagen ijdelheid vroeg de journalist aan mij. Nee, grote innerlijke leegte, zei ik. We amuseren ons kapot schreef Neil Postman al in de jaren tachtig van de vorige eeuw, over de effecten van de media. Hij was een visionair en voorzag dat de commercialisering van de media en haar ontembare aanbod de cultuur aanvalt en tenslotte cultuur wordt. Sterker nog schreef hij in Technopoly “als gevolg daarvan moeten tradities, sociale mores, mythen, beginselen, rituelen en religie vechten voor hun bestaan. Het maakt ze onzichtbaar en daardoor irrelevant”. En toen hij dit schreef ging het alleen nog over de invloed van televisie!

Hoe kunnen we met elkaar dit tij keren? Zelf probeer ik tegen de beeldenstroom momenten van stilte te creeren in mijn leven. Iedere dag opnieuw probeer ik vanuit de stilte naar mijn lichaam te luisteren waar ze behoefte aan heeft en wat er nodig is. Dat kan door even uit het raam te staren en te voelen en tijdens een wandeling door aandachtig en rustig om me heen te kijken. Het zijn schijnbaar kleine handelingen maar zo belangrijk voor mijn welbevinden.

Hoe zorg jij dat je uit de beelden, uit je hoofd in je lichaam komt?

Selfie museum

Foto gemaakt door Pete Pronk

Er belde een journalist met het verzoek om met me te sparren over het selfie museum. Het wat? Het selfie museum. Er waren al twee selfie musea in Amsterdam maar nu is daar een derde bijgekomen, vertelde hij. Hij heeft een dochter van 13 en met haar gaat hij daar deze week naartoe. The Upside Down van Anna Nooshin. Ik had er nog nooit van gehoord. Maar dat is het leuke van zoveel media verzoeken dat journalisten me nieuwe vragen geven en dit is er een van. Een selfie msueum klinkt in mijn oren als een tegenstrijdigheid.

Zoals ik eerder schreef waren vriend Pete en ik vorige week naar museum Voorlinden geweest. Daar zagen we de gezichtsmaskers zoals u op de foto kunt zien. Die maskers intrigeerde me hevig. Beetje eng ook wel. Bijzonder is dat alle gezichten verschillend zijn en allemaal een ander verhaal vertellen. Loop er nog steeds over te broeien waarom deze maskers me zo raken. Kwetsbaarheid? Verval? Eindigheid? Uniciteit?

Het bijzondere van kunst vind ik dat er iets nieuws wordt aangeraakt in mij. Het laat me vaak verwonderen en ik weet nog dat Pete en ik in de tuin liepen bij Voorlinden en al die schoonheid zagen en dat ik zei: “Dit is voor mij de mensheid op zijn best”.

Que marketing knap om een plek waar selfies gemaakt worden een museum te noemen. The Upside Down verwijst naar de installaties waarbij het op de foto lijkt alsof je zweeft. Ik las in het Parool dat er medewerkers klaar staan die je helpen bij het kiezen van de perfecte pose. Het is dus de bedoeling dat je veel selfies maakt en die dan post op Instagram. De omgeving wordt dan gebruikt, net zoals bij veel toeristische plekken, om te laten zien dat je daar geweest bent. Het gaat uiteindelijk om jezelf tentoontestellen.

Echt kijken en stil staan bij wat het kunstwerk met je doet, is er dan niet meer bij. Ik moet het gesprek met de journalist nog voeren maar de woorden dat bij me opkomen over het selfiemuseum zijn: suikerspin, doolhof en ontheemde mensen.

we staan aan de vooravond van een kantelpunt

foto gemaakt door Pete pronk

Mijn vriend Pete en ik zijn naar het museum Voorlinden geweest in Wassenaar. Het was een cadeau van hem aan mij nog voor mijn verjaardag. Er is een kleine vaste collectie waar een paar fascinerende objecten te zien zoals het zwembad en dat deel van het museum wordt Highlights genoemd. Daar is bovenstaande foto ook gemaakt.

Twee andere tentoonstellingen vullen het museum. De ene heet Momentum, het beslissende ogenblik waarop alles in een stroomversnelling raakt. Een kunstenaar is altijd op zoek naar dat moment waarop dat ene bepalende inzicht binnenvalt, waardoor een nieuwe idee ontstaat, zo staat er in het boekje te lezen. De andere tentoonstelling heet Rendez Vous en staat voor ontmoeting in allerlei vormen. Ik ga hier niet alles bespreken maar ik licht er een kunstwerk uit.

Het werk van Oliver Beer waar we allerlei vormen van keramiek zien. Veel vazen staan tegen een wand opgesteld met daarin een microfoon. De kunstenaar wil de makers die vaak anoniem zijn van keramiek een stem geven. Hij vangt de geluiden op uit de potten en vazen en die worden versterkt en weerkaatst. Pete en ik staan gefascineerd te luisteren. Wij denken dat dit kunstwerk gaat over de leegte die een stem krijgt en staan een lange tijd aandachtig stil.

Maar het meest bijzondere vond plaats in het kunstwerk dat op de foto te zien is. In het museum zag ik het als een groot roestig plaatwerk waar je in kunt lopen. Dat deed ik ook en ik bleek het gevoel te krijgen dat je er van binnen eindeloos in rond kon lopen. Pete liep achter me en maakte deze prachtige foto. Verbaasd keken we naar het resultaat omdat er nu een nieuw kunstwerk was ontstaan.

Of was het meest bijzondere dat Pete op de grond lag om de muis te fotograferen die een verhaal vertelde. Een andere bezoeker kwam de zaal in en begon Pete te fotograferen als levend kunstwerk. We staan altijd aan de vooravond van een kantelpunt en ik hoop vurig dat steeds meer mensen kiezen voor vormgeven in plaats van voor nabootsing.

We hebben gelachen en hebben ons gelaafd aan die prachtige tuin om het museum, de verrassende kunstwerken die we zagen maar bovenal hebben we genoten van het kunstwerk van onze vriendschap.

Miluschska maakt haar documentaire over body positivity

Gisterenmorgen een wandeling gemaakt met mijn zoon en kleindochter. Schitterend weer en loerend naar vogels. We staan even stil om in een prachtige sloot de vissen en planten te bewonderen en ineens zegt Isabella kijk een ijsvogel. Met dat ze dat zegt, zie ik alleen nog een beweging dat er iets wegvliegt maar weer heb ik de ijsvogel niet gezien. Echt al twee jaar gaat dat zo tot grote hilariteit van haar.

Gisterenmiddag werd ik opgehaald in een taxi om naar Amsterdam te rijden naar een studio. Rond Miljuschka Witzenhausen wordt een documentaire gemaakt over body positivity. Zij heeft een kookprogramma op RTL en heel veel volgers op sociale media. Zij heeft een dochter van 8 en maakt zich zorgen over haar kind dat opgroeit in deze beeldcultuur. Voor deze documentaire zijn wat expermenten gedaan onder ander het aanbieden van verschillende barbies aan meisjes tussen de 6 en 8. Ik werd erbij gevraagd om duiding te geven over hoe kinderen worden beinvloed door het heersende schoonheidsideaal.

Ik kom aan bij de studio en ontmoet Miljuschka en de camera- en geluidsman en de vrouw van de regie. Het is duidelijk dat we in verschillende werelden leven want ik ken haar niet en zij mij niet. Ik ontmoet een open jonge vrouw die echt geinteresseerd is in wat ik te vertellen heb. Er worden die middag de aflevering 3 en 4 opgenomen en alles loopt op rolletjes.

Vanaf 1 oktober is de vierluik te zien op Videoland.

Keurig word ik weer door de mevrouw van de taxi opgehaald. Ik krijg een flesje water in de auto van de vrouwelijke chauffeur die soepel van Amsterdam naar huis rijdt. Wat een luxe. Ondertussen gaan mijn gedachten door. Heeft het enige zin dat ik mijn vrije zondagmiddag hieraan besteed heb? Heb ik iets positiefs kunnen bijdragen zodat vrouwen die de documentaire zien zich wat bemoedigd voelen?

Ik kijk naar de foto van mijn kleindochter die zondagmorgen terwijl ze in een boom is geklommen, is gemaakt en ik word wat rustiger. Vertrouwen hebben dat dit prachtige kind die ijsvogels ziet en padden streelt haar weg zal vinden samen met heel veel andere kinderen. Misschien helpt het als wij, als volwassenen, ook wat meer om ons heen kijken en genieten van de bestaande schoonheid.

Kunnen we een ander ontmoeten zonder oordeel?

Deze week opnieuw veel mediaverzoeken. Blijkbaar is de redactie van Quest Psychologie weer met de 101 lezersvragen bezig want ik ontving twee vragen.

De eerste vraag ging over op welk uiterlijk kenmerk mensen het eerst afknapte. Dat weet ik niet en ik ken er ook geen onderzoek naar.

De tweede vraag was Is het mogelijk mensen NIET op hun uiterlijk te beoordelen en deze vraag vond ik wat lastiger. Ik heb er de hele avond op gekauwd en kom tot de volgende voorlopige conclusie.

Nee dat is niet mogelijk. Het uiterlijk is in onze tijd een zeer belangrijk onderdeel van wie we denken te zijn. In de ontmoeting met een vreemde scannen we razendsnel of deze mens een goede of een slechte bedoeling heeft. Met andere woorden moet ik gaan rennen omdat deze mens een bedreiging is of niet. Direct in die keuze zitten de volgende dimensies verweven namelijk: is dit een man of een vrouw, iemand zoals ik of anders, wit of zwart, aardig of onaardig, mooi of lelijk. Op onbewust niveau nemen we deze beslissing en we discrimineren dus de hele dag. Discimineren in de zin van onderscheid maken.

Ja het is wel mogelijk om mensen NIET op hun uiterlijk te beoordelen. Dat geldt voor de mensen voor wie het uiterlijk niet belangrijk is. Ik herinner me mijn kleinzoon met wie ik regelmatig wandelde in Utrecht. Hij was twee, drie jaar en zei iedereen maar dan ook echt iedereen gedag. De vuilnisman, de deftige dame, de junk, een man in een rolstoel, een zwerver, andere kinderen, de buren. Opvallend was dat juist de mensen die meestal niet gedag gezegd worden altijd blij op hem reageerden. Zo inderhield hij een innige band met de vuilnismannen en zat hij geduldig op zijn knietjes op de bank uit het raam te kijken en te wachten tot hij zijn vrienden van de vuilisnisdienst zag. Van beide kanten werd er breed geglimlacht en gezwaaid. Ook de zwervers met plakhaar en rommelige kleren werden stralend begroet. Dus ja het kan.

Mensen voor wie het uiterlijk om wat voor reden dan ook, niet belangrijk is, zullen andere mensen niet op hun uiterlijk beoordelen. Mensen die andere waarden belangrijker vinden zoals verbinding maken en zich verbonden voelen met andere mensen maken ook een goede kans om niet op uiterlijk te beoordelen.

Mijn kleinzoon is nu tien en begint zich bezig te houden met zijn uiterlijk. Als hij naar de kapper is geweest, zegt hij “zie je niets aan me?”. En hij vraagt of ik hem wil helpen een goede gel uit te kiezen want de gel die hij nu heeft, plakt. Gelukkig vergeet hij zijn uiterlijk ook nog vaak en speelt volop buiten, heeft plezier met zijn vrienden en sport. Hij heeft nog steeds een blij en open gezicht en zegt nog steeds veel mensen gedag maar heeft hoogstwaarschijnlijk van binnen nu wel een begin van een oordeel over het uiterlijk van anderen. Maar of iemand aardig is, is gelukkig nog steeds het allerbelangrijkste.

Waardig oud worden en zachtjes mee bewegen

Dit is een stukje van onze tuin. De herfst begint al langzaam in te treden. De dahlia’s staan nog te bloeien maar niet meer voluit. We genieten er nog intens van en knippen zorgvuldig de uitgebloeide bloemen. We kijken naar de vlinders en de bijen. Heerlijk om zo samen buiten te zijn.

Ik begin een beetje te wennen aan mijn emeritaat. Het stillen en langzame past goed bij me. Er is nog genoeg reuring in de vorm van lezingen en interviews. Ik sluit hier een interview bij dat ik aan de blad Plus heb gegeven over hoe je tevredener kunt worden over je uiterlijk.

https://www.plusonline.nl/psychische-klachten/tevreden-in-de-spiegel-kijken-zo-doe-je-dat

Ik ben ook geinterviewd door een journaliste van een dagblad. Haar invalshoek was wijsheid en het lichaam. Als het artikel verschijnt zal ik het ook posten. De interviewster is 27 jaar en zei dat ze het grotendeels met me eens was maar dat ze zo graag begeerd wilde worden door mannen als ze bijvoorbeeld een cafe binnenkwam. Daarna ontspon zich een gesprek over begeerte. Zij had dat tot nu toe alleen seksueel opgevat terwijl ik betoogde dat ieder mens begeerd wil worden en dat dat voor mij betekent gezien worden, echt met open ogen en hart gezien worden.

Het advies dat ik haar gaf was aanwezig te zijn, echt aanwezig in haar lichaam met een lichte glimlach om haar mond en dan een cafe binnen te gaan. Niet afwachtend en onzeker maar helemaal zichzelf laten zien. Reken maar dat ze begeerd wordt. Maar ze zou er ook over na kunnen denken waarom ze begeerd wil worden door mannen die ze helemaal niet kent. Wat denkt ze dat haar dat oplevert?

Ik had weer genoeg stof om na te denken. Ieder goed interview levert me weer een nieuwe invalshoek op. Begeerd willen worden en daarom een masker opzetten van make-up of cosmetische ingrepen. Wonderlijk! Vals spel spelen en dan denken dat de aandacht om jou gaat.

Hoe kunnen we als vrouwen waardig oud worden? Dat is een van de vragen die me bezig houdt. We zijn hier in het westen nog nooit zo gezond ouder geworden. Wat doen we met die extra tijd? Dat je op je 27ste nog sterk bezig bent met wat andere mensen van je vinden, is begrijpelijk, maar wat als je 66 bent? Dan is het toch tijd om je masker te laten zakken en vanuit je eigen ankerpunt te leven.

Ik beschouw deze herfst tijd als bijzonder. In een relatief gezond lichaam mag ik genieten van de schoonheid om me heen. Een schoonheid die langzaam in verval raakt, in dat bijzondere herfstlicht en met haar specifieke geuren waardoor de wereld weer op een andere manier mooi wordt. Naast het feit dat we cultuur zijn, zijn we uiteraard ook natuur dus waarom ons niet spiegelen aan dit natuurlijke proces? Waardigheid heeft voor mij te maken met niet knokken tegen wat zich aandient maar mee bewegen en het beste ervan maken.