Mooi afscheid

fotografe Corine Doornebal

Gisteren hebben we onze moeder begraven op de begraafplaats Barbara in Utrecht. Daarvoor hielden we een dienst die we met elkaar gemaakt hadden.

Mijn moeder was niet van een kerk, was niet dogmatisch in haar geloof maar zoekend en zelf nadenkend over het mysterie van God. Ze had alleen lagere school maar heeft zichzelf ontwikkeld. Ze las veel theologie en filosofie. Ze was vooral geraakt door het werk van professor Schillebeeckx en Emmanuel Levinas.

Zij was haar tijd ver vooruit en erg betrokken en bezorgd over de wereld en het klimaat. Zo was ze erg zuinig, vijftig jaar geleden al, met water. Iedere emmertje sop werd naast het toilet gezet en o wee als iemand de wc doortrok voor een plasje. Vliegen vond ze schandalig. Gif spuiten op planten en groenten misdadig. Ze had een groot verantwoordelijkheidsgevoel.

Maar wat was ze ook eenzaam. Ze voelde zich nergens thuis en dat had te maken met de onveilige situatie in haar gezin van herkomst en door de oorlog. Ik vond een prachtige strofe van Nijhoff waarmee ik mijn in memoriam afsloot.

“Wij konden ons niet bij elkaar verschuilen:

Een mens eenzaam, ziet zijn zwarte eenzaamheid

Dieper weerkaatst in de ogen van een ander

Wij zetten haar in het licht. Mijn broer hield een schitterende overweging en we staken zeven lichtjes voor haar aan. Haar (achter)kleinkinderen legden een bloem op haar kist.

We gingen zover met haar mee als we konden. Daarna reden we haar de kapel uit en liepen naar het graf waar mijn vader al zeven jaar ligt. Mijn jongste broer liet de kist langzaam zakken en we strooiden aarde en bloemen op haar kist.

Dit afscheid hebben we samen vorm gegeven. Ieder op zijn eigen manier maar samen.

Mijn moeder is overleden

foto van een schilderij van Paula Modersohn

Mijn moeder is in het gasthuis Bartholomeus in Utrecht op 10 april rond 16.30 zachtjes overleden. Die nacht had ze een licht hartinfarct gehad en dat was blijkbaar net het duwtje om haar over de grens te tikken.

Ze wilde graag dood, Al lang. Ze leed aan Alzheimer en kon na de dood van mijn vader geen zinnige invulling vinden om te leven. Haar leven was zorgen geweest en nu dat niet meer kon, wist ze niet meer wie ze was.

Het Barthomoleus is een geweldige fijne, warme plek en ik ben heel erg blij dat ze daar de laatste zeven jaren van haar leven mocht wonen. Eerst zelfstandig in een appartement en de laatste twee jaren in een groepswoning. Ik buig diep voor het personeel die met zoveel geduld en warmte haar hebben bijgestaan.

Woensdag gaan we haar om 11 uur begraven op begraafplaats Barbara, waar ook mijn vader ligt. We verzorgen een dienst voor haar in de kapel en aansluitend brengen we haar naar het graf.

Ik begeef me nu op onbekend gebied.

Tijd als kwetsbaarheid

fotograaf Pete Pronk 7 april 2024

Dit weekend is vriend Pete weer bij ons. Zondag aan het eind van de middag maakten we onze wandeling via de Middelweg en terug langs de dijk van de Lek. Daar maakte hij deze foto.

We tonen als we bij elkaar altijd onze schatten. Dat zijn verhalen en boeken. Hij bekijkt dan mijn boeken die op stapels liggen, boek voor boek die ik de laatste weken gelezen heb. Secuur kiest hij er vier uit om mee naar huis te nemen, te lenen. Dat doen we over en weer. Zo raakte hij ook het boek van Jan Keij aan. Tijd als kwetsbaarheid in de filosofie van Levinas. Mag ik die ook meenemen, vroeg hij en ik begin er zelf weer hardop in te lezen. Ik stuit dan op:

“Ik moet mijzelf verliezen om mijzelf te kunnen vinden. Alleen door het verdwijnen van het heden wordt het bezit ervan mogelijk. Hij schrijft ook over het zichzelf inhalen in een bij zichzelf achterblijven. Opnieuw is hier de band tussen onafhankelijkheid en afhankelijkheid aanwezig, want uit het onvermogen mijzelf te behouden (afhankelijkheid) rijst het vermogen van bewustheid (onafhankelijkheid) op. Het verval toont hier zijn positieve gezicht: wees blij dat het leven vervalt, want pas daardoor is bewustzijn-van mogelijk”.

Ik kijk hem aan, vervuld van wat ik lees en blader nog even in mijn geliefd boek en lees dan:

“Dankzij de tijd ben ik een identiteit die “verduurt”. De tijd is mijn persoonlijke verval, een vernietigng in slow motion, waardoor mijn bestaan op aarde nomadisch is: ik ben op doortocht zonder mij blijvend te kunnen vestigen. De tijd is voortdurend adieu, een afscheid van de wereld, in absolute passiviteit, omdat het proces van verouderen geheel buiten mijn greep valt. De tijd is hier niet een illusie waaraan ik volgens het boeddhisme ontsnap in het heden. Het vergankelijke heden verklaart juist de tijd”.

Nee lieverd dit boek moet nog een poosje bij je blijven. Dat is duidelijk. Dankbaar druk ik het boek tegen mijn borst. Wat is het toch bijzonder dat woorden zo kunnen raken en iets openbreken net als vrienden dat kunnen.

Peuter in de spiegel. Ik is een ander.

Hoe vaak kijk jij per dag in de spiegel? En hoe kijk je? En wie kijken er met je mee?

Ongelofelijk leuk schouwspel om een peuter te zien die in de spiegel kijkt. Zij/hij ziet een vriendje in de spiegel die precies hetzelfde doet. Als het een losse staande spiegel is dan zie je zo’n peuter rond die spiegel rennen om te proberen dat vriendje te pakken, maar die laat zich niet zien. Het spiegelbeeld is een ander.

Maar een kleuter die in de spiegel kijkt, denkt dat zij/hij zichzelf ziet en dat denken pubers, adolescenten en volwassenen ook. Wonderlijk toch.

Identiteit heeft te maken met worden en minder met zijn. Dat begint al bij geboorte waar we leren wat we voelen en dus wie we zijn, omdat een ander dat ons vertelt. Maar we zijn niet alleen overgeleverd aan anderen, anders zou er nooit iets nieuws kunnen ontstaan. We kunnen ook afstand nemen, op zekere leeftijd, want we willen allemaal ook iemand op onszelf zijn. Separatie is dus zeker zo belangrijk voor onze identiteitsontwikkeling als identificatie.

Nu even terug naar de spiegel. Misschien heeft de peuter toch wel gelijk. Uit een onderzoek bleek dat middels EEG waarmee de reacties in de hersenen gemeten werden, dat peuters van 1,5 jaar zichzelf wel herkennen in de spiegel. Peuters lijken op deze leeftijd meer van zichzelf te weten dan ze in hun gedrag laten zien of juist wel?

Vanaf de puberteit en de hele volwassenheid zien mensen zichzelf niet meer in de spiegel maar oordelen ze vanuit ideaalbeelden, emoties en eerdere ervaringen en zijn vanuit die denkbeelden vaak geen vriendjes met zichzelf.

Lezen en schrijven en steeds nieuwe ontdekkingen doen

Ik weet niet meer hoe ik aan deze foto kom of waar die is genomen. Maar alle foto’s en andere kunstuitingen met lezende vrouwen draag ik een warm toe.

Ik hou heel veel van boeken. Altijd gedaan. Als kind toog ik iedere week naar de bibliotheek en haalde het maximale aantal boeken. Daarnaast las ik ook de boeken van mijn broertjes. Ik mocht altijd al eerder boeken van een hogere leeftijd mee naar huis nemen omdat ik de boeken van mijn eigen leeftijd al uit had.

Ik hou ook heel veel van bibliotheken en boekwinkels. Er overvalt me direct een rust en een hebberigheid zodra ik een voet over die drempels zet. Het is mijn habitat. Ik voel me daar rijk en gelukkig.

Ik lees ook altijd meerdere boeken tegelijkertijd. Wel verschillende genres. Dus bijvoorbeeld op dit moment lees ik Het rode boek van Jung, Jolande Withuis, vrouw en vrijheid, Wat het lichaam weet van Hendrik Jan Houthoff en Simone de Beauvoir misverstand in moskou. Afhankelijk van mijn stemming en energie pak ik het boek op wat op dat moment het beste past.

Ook ligt er altijd een stapel verse stapel boeken op me te wachten. Mijn kleindochter heeft me al een paar keer gewaarschuwd dat ik geen nieuwe boeken moet kopen als ik er nog zoveel ongelezen heb liggen. Maar het lukt me niet. Zaterdag toch weer twee aangeschaft.

Echt ik woon minder in mijn hoofd dan vroeger maar het lezen is nog steeds zeer aantrekkelijk. Nu ik ook de roep van het schrijven niet meer kan weerstaan, is er een soort rumoer ontstaan tussen die twee, lezen, schrijven, schrijven, lezen, lezen, schrijven.

De wondere wereld van de woorden…….. ik vind het een groot genoegen en verbaas me iedere keer over het zichtbaar worden van een nieuw deel, een nieuwe laag van de wereld.

Narcisme of zelfliefde

Ik pakte het boek van mijn geliefde collega Eddie Brummelman er weer eens bij. Als katholiek opgevoed arbeidersmeisje vind ik het soms lastig om mezelf lief te hebben. Zelfliefde is in mijn gezin van herkomst benoemd als ijdelheid, niet wenselijk en een teken dat ik niet goed bezig was. Het ging erom de anderen lief te hebben.

Opofferingsgezindheid, iets voor een ander overhebben, dat was de bedoeling.

Nu ik in mijn volwassenheid veel bezig ben met Martin Buber, Hannah Arendt en Emmanuel Levinas waar het gaat om de relatie met de ander, de ander die mij ik maakt, voelde ik het toch wringen. Daarom pakte ik het boek Bewonder mij, Overleven in een narcistische wereld, er weer eens bij.

Ik moest erg lachen toen ik de paragraaf Universele eigenliefde weer las. Op pagina 16 schrijft Brummelman: “We vinden onszelf bovengemiddeld intelligent (zelfs mensen met lage IQ scores vinden zichzelf geniaal). We vinden onszelf bovengemiddeld moreel (zelfs misdadigers die vastzitten vanwege een geweldsdelict vinden zichzelf eerlijk, betrouwbaar, genereus en meelevend)”. En ga zo maar door er is veel psychologisch onderzoek naar dit fenomeen gedaan. Opgeblazen ego lijkt me. Maar volgens mij is het geen eigen liefde.

De kern van narcisme is een sterke overtuiging dat je superieur bent, ver verheven boven de andere mensen. Ieder van ons beweegt zich ergens tussen de 5 en 95 procent narcisme. Het boek van Brummelmangaat over narcisme als veelvoorkomende persoonlijkheidstrek. Dit komt bij mannen meer voor dan bij vrouwen.

In het eerst deel van zijn boek helpt Brummelman me om onderscheid te kunnen maken tussen narcisme en zelfwaardering. De narcist ziet zich als superieur en anderen als inferieur en vind zichzelf de beste. Bewonder mij en raak me niet aan, denk ik dan.

Een mens met zelfwaardering vind zichzelf en andere mensen waardevol en vind het belangrijk dat iedereen erbij hoort. Bij zo’n mens kun je wel dichterbij komen.

Als ik zelfwaardering opvat als zelfliefde is het me weer iets helderder geworden. Vergelijk jezelf met jezelf en ga hechte relaties aan met anderen, zodat je jezelf leert waarderen, zonder steeds de druk te voelen speciaal en bijzonder te zijn. Durf je aan te laten raken.

Driedaagse workshop Ik en de ander

Van 7 tot en met 9 april a.s. geven Pete Pronk, verhalenverteller en stemcoach, en ik een driedaagse workshop. Het thema is onze verbondenheid met anderen, ik en de ander. Jij die mij ik maakt, zo kan ik het ook zeggen.

Ons individuele lijf is geen instrument, geen ding, maar een levend organisme dat in wisselwerking staat met andere levende organismen. De belangrijkste intieme relatie die we hebben, is die met ons eigen lichaam. Een goede afstemming op je lijf maakt een intieme relatie met een ander mogelijk.

We gaan deze dagen in ons lijf zakken, maken contact, voelen wat er is. We gaan zingen. Elkaar uitnodigen om aanwezig te zijn en in verbinding. Naar elkaar luisteren en antwoord geven in open ontmoetingen. Misschien dat er iets nieuws kan ontstaan en we ons opnieuw in verbinding voelen met andere mensen, de dieren, de natuur en de wereld.

Mijn laatste boek, waarvan het portret van Dora door Picasso, mijn omslag siert, heeft als titel Wie ben ik als niemand kijkt? De titel van deze driedaagse ik en de ander zou ook kunnen luiden wie ben ik in relatie tot een ander? Wie ben ik, als jij mij ziet? Als ik jou zie?

Ga mee op reis en laat je raken, zodat er iets nieuws kan ontstaan.

Programma (kloosterhuissen.nl)

Van de zomer geven we zelfs een vijfdaagse. Ook daarvoor kun je je al inschrijven.

Tien jaar herstelverhalen in klooster Huissen

fotograaf Barend Boot

Daar sta ik dan, met een mooie bos lente bloemen, tulpen in verschillende kleuren. Gekregen van het klooster Huissen voor mijn lezing over ontmoeten tussen therapeut en client.

In de prachtige kapel van het klooster waren therapeuten en clienten uit de GGZ bij elkaar gekomen rondom het thema ontmoeten. Deze dag is georganiseerd door Pete Pronk en Margreet Roos in samenwerking met het klooster. Hoe bijzonder is dat. Normaal komen deze groepen niet bij elkaar op een symposium, maar hebben therapeuten hun eigen bijeenkomsten, net als clienten. En nu zaten we allemaal in dezelfde ruimte en horen dezelfde verhalen. Wat hebben we elkaar te vertellen? Twee mensen met een psychiatrische geschiedenis vertelden hun verhaal met een film, die de titel heeft: van chaos tot helder. Een psychiater en een psycholoog vertelden over hun ervaringen in de GGZ. In de middag verschillende creatieve workshops. Aan het einde van de dag zongen we het lied van Adem, gemaakt door Pete Pronk.

Waarom gaan we vaak echt contact uit de weg? Ik denk vanuit angst voor confrontatie. De ontmoeting met de ander is ook altijd een ontmoeting met jezelf en dat kan confronterend zijn.

Maar onze overeenkomsten zijn veel groter dan onze verschillen. We zijn allemaal gewonde mensen, heel in gebrokenheid en als we vandaaruit een ander mens ontmoeten, zal het leven resoneren en kan ons helend vermogen haar werk doen.

We maken tijdens ons leven meerdere geboortes en meerdere sterfmomenten mee. Om een intense ervaring van overgang, van tussenruimte, van wie je dacht dat je was, naar een volkomen nieuwe situatie te kunnen gaan, hebben we een plek nodig waar we gedragen worden. Een plek, een mens, die niet oordeelt en die met mededogen en een open geest aanwezig is. Een vriend, een geliefde of een therapeute, die de hoop heeft dat het goed komt. Dat hebben we allemaal nodig als het leven duister is en onze vitaliteit verdwenen lijkt.

Er is veel in mij aangeraakt en de dag resoneert nog lang bij me na. Twee nachten achter elkaar ben ik uren wakker omdat ik steeds weer mensen hoor en zie en voel hoe in de onderstroom van allerlei bij mij in beweging is gezet. En wat is het toch geweldig als we onze maskers laten zakken en elkaar en daarmee ook ons zelf aankijken en zien.

Alle werkelijk leven is ontmoeting

Dominicanerklooster Huissen

Alle werkelijke leven is ontmoeting, zo leerde ik van Martin Buber. In de werkelijke ontmoeting kan er iets aangeraakt worden bij jou en bij mij. Wij zijn immers relationele wezens, die als we de wereld en de ander open tegemoet treden, iets in trilling kunnen brengen.

Waarom vinden we echt contact vaak zo lastig? Misschien juist wel omdat we dan ook echt gezien worden en dat we daar bang en onzeker over kunnen zijn.

Wie durft er aanwezig te zijn voor zichzelf. Niet alleen in de relatie van mens tot mens, maar ook met de natuur, kunst of muziek. Zo’n grondhouding helpt om je verbonden te voelen.

Donderdag 7 maart organiseren we het Symposium Ontmoeten, de basis voor herstel. 10 jaar herstelverhalen in ons prachtige klooster in Huissen, voor mensen werkzaam in de GGZ en voor clienten maar eigenlijk voor iedereen. In de ochtend spreken Floortje Scheepers en Liesbeth Woertman en in de middag zijn er verschillende werkgroepen rondom lichaam en stem en ervaringsdeskundigheid om tot echt contact te komen.

Je kunt je nog aanmelden Symposium Ontmoeten, de basis voor herstel (kloosterhuissen.nl)

Lou Andreas Salome en Christiane Morgan, twee belangrijke vrouwen voor Jung

Zaterdag 24 februari bezocht ik een interessante middag in het mooie Antropia, vlakbij het station van Driebergen-Zeist deze lezingen werden georganiseerd door de Jung vereniging.

Ann van Sevenant – Lichaamseigen vermogen

Lou Andreas-Salomé is geen onbekende in de wereld van de psychoanalyse en de literatuur. Minder aandacht kreeg de filosofische leefwereld die ze beschrijft en waarin ze een heel eigen weg bewandelt. Vooral in haar later werk bekrachtigt ze haar denken met wat ze ervaart als oervermogens, die ook van betekenis kunnen zijn voor ons vandaag.

Ann Van Sevenant is auteur van een twintigtal boeken over filosofie, met twee recente werken: Levenswerk. Nep is geen optie (2021) en Sprekend lichaam. De metabole mens (2023). 

Tannie Willemstijn – Christiana Morgan, een van de muzen van Jung

Voor C.G. Jung was de mooie en begaafde 28-jarige Christiana Morgan een inspirerende bron. Haar pad van zelfanalyse liep parallel met zijn eigen zoektocht. Jung herkende in haar visioenen veel van wat hij zelf had ervaren tijdens zijn eigen gang door de diepste innerlijke krochten (1913-1916) en hij heeft veel van haar materiaal gebruikt en verwerkt in the vision seminars (Zürich, 1930-1934).

Tannie Willemstijn werkt na haar professionele carrière als klassiek zangeres, als Jungiaans analytisch therapeut in Almere. Ze is bestuurslid van de C. G. Jung Vereniging Nederland.

Wat een heerlijke middag! Ann van Sevenant opende de middag met enkele flarden over het denken van Lou Andreas Salome. De oergrond waaruit twee oertendenzen opwellen, de zelfbevestiging en de overgave en die ons hele leven allebei om aandacht vragen. De spreekster vertelde met heel haar lichaam, dat maakte haar verhaal naast de inhoud, zo sterk. Jammer dat er nog zo weinig vertaald is van het werk van Salome.

Tannie Willemsteijn leerde me Christiane Morgan een beetje kennen. Een vrouw waar weinig over bekend is maar die een grote invloed heeft gehad op Jung met haar visioenen en beelden vanuit het vrouwelijke. Er werden enkele van haar tekeningen/schilderijen vertoond met veel slangen en bomen. Het beeld ik ben een boom raakte me sterk en bracht me bij een herinnering aan mijn kleindochter die toen een jaar of zes was. We wandelen en ze blijft ineens staan, spreidt haar armen en zegt ik ben een boom.

Beide vrouwen probeerden hun eigen weg te gaan en zichzelf in alle gelaagdheid vorm te geven. Wat een oergrond om op te staan, om verder mijn eigen weg te vervolgen.