Psychologie van het uiterlijk stond aan de wieg van Maatje

Christine de Kort een mij onbekende jonge vrouw schreef me een dankmail. Mijn boek Psychologie van het uiterlijk had haar geïnspireerd als ontwerper. Zij was studente aan Artez Hogeschool van de kunsten. Ik werd zo blij van haar initiatief dat ik haar vroeg een column voor mijn website te schrijven en zie hieronder het resultaat.

“Tijdens het schrijven van mijn afstudeerscriptie was Liesbeth een van mijn grootste inspiraties. Mijn scriptie heb ik namelijk geschreven over de ontwikkeling van het lichaambeeld met name de impact van visuele communicatie. Als ontwerper ben ik namelijk geinteresseerd in de sturende werking van ontwerp. Onbewust heeft een ontwerp invloed op ons denken en dus ook over het denken over ons lichaam.

In het boek Psychologie van het uiterlijk beschreef Liesbeth hoe zelfs kinderen al vanaf jonge leeftijd hierin worden beinvloed. Dit liet me nadenken. Kan ik als ontwerper een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van het lichaamsbeeld? Hoe zorg ik ervoor dat kinderen met een gezondere blik naar hun lichaam gaan kijken?

Hiervoor heb ik Maatje ontworpen. Een pop met oneindig veel verschillende lichamen. Maatje bestaat namelijk uit losse onderdelen. Op die manier kan een kind een pop in elkaar zetten waaraan het kind zich kan relateren. Kinderen kunnen hun creativiteit dus los laten op het product, waardoor ze op speelse en onbewuste wijze veel over verschillende lichamen zullen leren. Met Maatje hoop ik kinderen op een onbewuste manier een breder beeld mee te geven over het lichaam, wat uiteindelijk zal zorgen voor een gezonder lichaamsbeeld”.

Meer informatie over dit project is te vinden op https://www.christinedekort.com/maatje. Ik voel me een een trotse grootmoeder van dit project en wens Christine alle succes.

De mens is de mens een vraag

Waar ik was? Ik was vanmorgen bij mijn eerste college over Denkers tussen humanisme en religie in de westerse cultuurgeschiedenis in Utrecht. Laurens ten Kate is de docent en het schijnt al het zesde jaar te zijn en die zes jaar bij elkaar vormen een leergang. Maar goed ik stapte vandaag in. De leergang wordt georganiseerd door de HOVO, Hoger Onderwijs voor Ouderen en dat was te merken. Ruim op tijd liepen de mensen al het gebouw binnen, iedereen keurig met mondkapje en QR code laten scannen. De zaal was opgesteld als een klassieke collegezaal en de docent stond te rommelen aan de apparatuur die het in eerste instantie niet deed. Er werd een technische man bijgehaald en binnen drie minuten liep de techniek als een zonnetje.

Ik voelde me wat ongemakkelijk. Mijn eerste college bij de HOVO. Nu behoor ik toch echt tot de groep ouderen. Voorzichtig keek ik wat rond. Er waren meer mannen dan vrouwen dat vond ik opmerkelijk. De kleding was onopvallend. De meesten waren alleen en zaten keurig met een lege stoel aan beide kanten. Het was er koud, de ventilatie draaide op volle toeren.

Laurens begon rustig te vertellen en direct was het stil. Het humanisme en religie zijn geen gescheiden domeinen leerde ik. De verschuivende rol van de goden die tussen en met de mensen woonden naar de scheiding van hemel en aarde en dus ook God op afstand en de mens op aarde. De mens die steeds meer een zelf wordt en niet meer weet tot wie hij zich verhoudt. Wel hinderlijk dat het steeds om hem gaat.

We zien dus door de tijd heen de gods- en mensbeelden schuiven maar de vrouwen en vrouwbeelden blijven onzichtbaar. Karin Armstrong en Renee van Riessen komen even langs maar voor de rest alleen mannen.

Toch heb ik genoten. Ik was er. Dasein. Ik was leerling. Nog zeven colleges te gaan. Verheug me nu al. De vrouw is de vrouw een vraag.

Afstand en nabijheid

Afgelopen weekend las ik dit originele werk van Marjolijn van Heemstra, een bijzondere schrijfster met unieke gedachten. Het gaat over wie we zijn als mens als je er bovenop zit en van een afstand naar kijkt.

Het gaat over allerlei onderzoek in en van de ruimte maar dat was niet waar ik enthousiast van werd. Ik vond het uitermate spannend dat ze het gewone alledaagse leven met haar man en kinderen, buren en andere wijkbewoners in haar boek verweeft met intelligente onderzoeken en gedachten over het heelal. Ze reist naar verschillende landen om met onderzoekers te spreken, leest zich een slag in de rondte en komt tot het volgende inzicht: “Plotseling besef ik hoe alle plaatsbepalingen die ik gewend ben om te gebruiken in mijn omschrijvingen van de ruimte regelrechte onzin zijn. Er is geen uithoek van het heelal. Er is niks rondom ons. In die eindigheid is geen hier of daar vanwaaruit je je positie kunt bepalen. Er is alleen maar een krankzinnig groot nergens waarin wij tollen en tollen”.

“Het gevoel van nergens zijn, denk ik nu, kun je alleen maar bestrijden met ergens zijn. Je vereenzelvigen met de plek waar je bent. Ineens lijkt het belachelijk dat ik niet weet waar ik woon. Wel mijn hiuis ken, maar niet de bodem waarop ik leef, niet de diepte van mijn tuin. Mijn meest nabije grond”.

Ontroerend en herkenbaar. Het helpt om te weten wat je grond is. Dat is de letterlijke grond van je tuin zoals Heemstra beschrijft maar het zijn ook je voorouders, je verticale wortels, die je grond vormen. En het zijn je eerdere ervaringen in je leven die je grond vormen, daarvan bewust te zijn helpt je om te weten wie je bent. In het nu je lichaam goed voelen, geeft ook grond. Jezelf van een grote afstand beschouwen, bijvoorbeeld in je hoge ouderdom of in de onmetelijke ruimte om ons heen, geeft ruimte.

Afstand kan verbondenheid scheppen doordat we beter zien.

Een prachtige jongen ontfermt zich over demente mensen

Teun Toebes

Zoals de meesten van jullie wel weten is mijn moeder al een paar jaar dement en woont ze in een verpleeghuis. Ik heb haar vanmorgen bezocht met een broodje paling. Ik trof haar beneden aan waar ze samen met andere bewoners koffie zat te drinken. Ik was me nog aan het inschrijven want dat moet iedere keer als we het verpleeghuis binnenkomen in verband met corona en deed mijn mondkapje op maar ze had me al gezien. Uitbundig begon ze naar me te zwaaien. Ik liep naar haar toe en aan iedereen die het maar wilde horen zei ze “dat is mijn dochter”. Nou dat wisten die anderen ook wel want ik kom iedere week.

Sinds begin september zit mijn moeder op een groepswoning met negen andere demente mensen. Ze vond het vreselijk, wilde weg en huilde veel. Vanmorgen dus twee maanden later trof ik haar voor het eerst rustig aan. Ze leek aanwezig. We hebben een fijne ochtend met elkaar doorgebracht. Ik vertelde vooral, zij luisterde, we lachten en aten samen een heerlijk broodje. Ik verhaalde over alle heerlijke dingen die zij vroeger maakten en zei hoe blij ik daarmee was. Toen ik weg ging vond ze dat jammer en huilde een beetje maar het positieve leek te overheersen. Zou Teun me beinvloedt hebben?

Hoe kan dat zo ineens? Begint ze toch gewend te raken? Bouwt ze toch iets op van herkenning? Is het toeval? Of heeft het met Teun te maken? Ik hoorde op Linkedin een stukje van een interview van Roek Lips met Teun Toebes een jongen van 22 die in een verpleeghuis woont als verpleegkundige. Teus had het over de eigen karakters van de bewoners en dat er wordt gezegd dat de identiteit bij demente mensen verdwijnt maar is dat wel waar?

Ik keek op Google en tikte zijn naam in en vond andere filmpjes en stukjes van hem. Aangezien ik digitaal niet echt vaardig ben, heb ik er een foto van gemaakt, want het lukte me niet de video echt hier te posten. Maar lees hem, een prachtige idealistische jongen van 22 die tegen ons zegt dat het in een verpleeghuis ook om leven gaat en niet alleen om doodgaan.

En over wel of geen identiteit bij demente mensen ga ik verder nadenken. Dankjewel Teus

Jij die het onzegbare, uitspreekbaar hebt gemaakt

oktober 2021: fotograaf Barend Boot

Op een avond in een herberg sta ik zachtjes mijn tanden te poetsen, terwijl ik in de spiegel kijk of beter gezegd: mijn gezicht staart mij aan. Ik heb niet door dat hij foto’s maakt. Dit niet geposeerde gezicht, ken ik amper.

Ik lees de opnieuw de gedichten van Adrienne Rich die zijn vertaald door Maaike Meijer. Het is gedicht IX van de XXI liefdesgedichten, dat ik uitkoos om bij deze foto te plaatsen.

Je zwijgen vandaag is een vijver waar verdronken dingen leven

die ik druipend naar het licht gebracht wil zien.

Niet mijn gezicht zie ik daar, maar andere gezichten,

ja, jouw gezicht, maar uit een andere tijd.

Wat daar ook verloren is gegaan: we hebben het allebei nodig-

een horloge van oud goud, een half uitgewiste koortsgrafiek

een sleutel…Zelfs het slib en de kiezels van de bodem

verdienen hun glimp van herkenning. Ik ben bang voor dit zwijgen,

dit sprakeloze leven. Ik wacht

op wind die dit strakgespannen water behoedzaam

even opwaait, en mij laat zien

wat ik voor jou kan doen, jij die het onzegbare

zo vaak voor anderen uitspreekbaar hebt gemaakt, en zelfs voor mij,

Uitgeverij Vrouw Holle 1980

Hoe blijven we elkaars gezicht lezen?

Drenthe 22 oktober 2021

Deze foto maakte ik terwijl we naar ons geliefde Herberg Het volle Leven reden, in Appelscha. Een heldere dubbele regenboog was te zien in het weidse Drentse land. Het lukte me nog net, voordat de regenbogen verdwenen, deze foto te maken. Ik word altijd blij van regenbogen.

In Het Volle Leven, een herberg met geweldig vegetarisch eten, kregen we een nieuwe ruime kamer. We maakten onze wereld klein en leefden een paar dagen helemaal verzorgd. Ontbijt op de kamer, allerlei kranten rustig lezend, Barend met zijn oortjes in naar muziek luisterend, ik lezen en schrijven en in de avond een heerlijk diner. Ik las daar de ervaringen van een jonge psychologe, haar onzekerheid en confrontatie met haar eigen angsten en kwetsuren. Heel herkenbaar en dapper dat Sanne Winchester Ik mag niet bang zijn, schreef. Een aanrader voor alle psychologiestudenten klinische psychologie.

We wandelden in het Drentse Wold en voerden gesprekken over dingen waar we mee zaten. Wat voor stommigheden we hadden uitgehaald en hoe het soms jaren duurt voordat je de weg weer terugvindt. Dierbaar om zo met elkaar te delen.

Een weekend samen weg doen we regelmatig. Zo kostbaar om een weekend alleen maar geliefden van elkaar te zijn en de dubbele regenbogen hadden het ons al verteld: alles mag en moet meedoen, alle ervaringen en kleuren, maken ons tot een geheel.

Op de terugweg naar het Drents museum geweest waar we Viva la Frida hebben gezien, een tentoonstelling over Frida Kahlo. Haar stillevens voor het eerst gezien en uiteraard een paar ontroerende schilderijen, haar korsetten en kleding.

Innig tevreden kwamen we zondag aan het eind van de middag weer thuis. In de brievenbus de weekendkranten en het boek van Roek Lips Wie kies je om te zijn. Gesprekken over een nieuwe tijd met inspirerende mensen. Zijn interview met mij staat op pagina 219 Hoe blijven we elkaar gezichten lezen?

Diep dankbaar voor een overvloedig en stromend weekend

Gouden bergen en andere sprookjes over nep

Botanische tuin Utrecht oktober 2021

Afgelopen week was ik in de Botanische tuin van de universiteit Utrecht. Zelden zag ik haar zo mooi. Het was wonderlijk stil op een vrijdagmorgen. Ik had een afspraak met studenten van de hogeschool en we spraken over gemanipuleerde ideaalbeelden en over het doorgeslagen idee van autonomie en perfectie. Het relationele van het zelf- en lichaamsbeeld was duidelijk nieuw voor ze maar gaf hen wel aanknopingspunten om verder te zoeken. Het samen zijn was warm en open en stimulerend. Wij zouden als volwassenen eens wat guller moeten zijn met het delen van kennis aan jonge mensen.

Dit weekend las ik een geweldig essay van Vivian Gornick in De Groene over vernederingen. Een citaat: “Ik zie een vrouw voor me die al vele jaren dag in, dag uit naar haar werk gaat, met dichtgesnoerde keel en een knoop in haar maag, bereid om de bittere pil te slikken die nodig is om haar baan te behouden. Ze praat met niemand over het verachtelijk ritueel omdat ze weet dat de mannen erop zullen lachen en de vrouwen hun blik ten hemel zullen slaan, zo alledaags is haar grief; maar dag na dag, maand na jaar, heeft ze het gevoel van binnen te worden uitgehold: een cruciaal gevoel van eigenheid dat haar ontnomen dreigt te worden precies op het moment dat ze zich ervan bewust lijkt te worden. De machteloosheid van haar positie knaagt aan haar – de schok op het moment dat ze zich realiseert dat zij geen enkel zeggenschap heeft in een cultuur waarin datgene wat zij als vernederd ervaart normaal wordt gevonden”.

Haar centrale vraag is waarom is het zo onverdraaglijk als we het gevoel hebben te worden gekleineerd? Waarom hebben we het perse nodig een positief beeld van onszelf te hebben?

En bedankt Gornick!

Nu laat deze vraag me niet meer los.

Ik las ook dit weekend Gouden Bergen, over influencers op social media van Doortje Smithuijsen en ik kwam er nauwelijks door. Wat een misselijk makende leegheid sloeg me in het gezicht. De ouders van de digitale generatie hebben hun kinderen onder druk gezet om te presteren en overal en altijd de beste te zijn, meetbaar de beste. De kinderen wanen zich het middelpunt van de wereld en zijn van jongs af aan gewend aan applaus voor hele gewone dingen. We volgen verschillende meisjes tussen de 17 en 23 die druk bezig zijn met Instagram om zoveel mogelijk volgers te krijgen. De druk van meer is in deze wereld extreem. Ook hier een citaat: “Als Robin wakker wordt, denkt ze meteen aan Instagram. Ze opent haar telefoon, gaat na of ze meer volgers heeft dan gister, of juist minder. Het cijfer dat ze te zien krijgt bepaalt de rest van haar dag: bij meer volgers voelt ze zich goed, bij minder is ze onzeker en chagrijnig, voelt ze zich waardeloos”.

De vele volgers dromen om net zo te zijn als Robin of hoe de influencer ook mag heten. Maar de volgers beseffen niet dat ze zeker zoveel invloed op de influencer hebben want uiteindelijk bepalen hun reacties en aantal of de influcencer zich goed voelt en WAT er gepost wordt.

In wat voor spiegelpaleis zijn we met zijn allen terechtgekomen? Hoe komen we hier uit? Uit het hoofd, uit de beelden en in het lichaam, genieten van wat er is en vandaaruit delen, is de weg volgens mij. Laten we elkaar daarmee helpen.

Nu blijf ik nog wel zitten met de vraag waarom we een positief zelfbeeld nodig hebben maar daarover een andere keer meer.

Mensen van 21 in de 21ste eeuw

De Limburger

Deze week werd ik geïnterviewd door een 21 jarige studente journalistiek. Zij maakt voor De Limburger een serie over hoe het de 21 jarigen vergaat. Deze week ging het over uiterlijk.

Ze had zich goed voorbereid en we hadden een gesprek over het belang van uiterlijk voor de mensen die nu 21 zijn. Dus door de puberteit heen en zich volop aan het ontwikkelen op het gebied van scholing en relaties. Zien en gezien worden vindt tegenwoordig vooral online plaats. Wat betekent inclusiviteit voor deze jongeren was een centrale vraag. Ook de druk van cosmetische chirurgie kwam aan bod “Sommigen hadden iets aan zichzelf laten doen, zoals een borstvergroting, iets waar ik zelf ook wel eens onzeker over kan zijn. Het is dan de kunst om bij jezelf te blijven en je ondanks de competitie niet te zeer te meten met anderen”.

Jezelf zijn…. is een problematisch concept want wat is dat? Het zelf is altijd relationeel ten opzichte van iets of iemand anders. Het dubbele hiervan wordt goed verwoord want de jongeren zien de perfectie druk aan de ene kant en aan de andere kant het omarmen van diversiteit, van anders zijn.

Mijn laatste zin in het interview was: “Het zou fantastisch zijn als we het anders zijn meer gaan omarmen. Dat zou er ook voor zorgen dat jongeren met meer compassie naar zichzelf gaan kijken”. Ik bedoel ook heel nadrukkelijk het anders zijn in jezelf want als je de gelaagdheid in jezelf kan zien dan zijn er geen anderen meer.

Eerst ongelijkheid erkennen dan samen op weg naar mens zijn.

De afgelopen week was ik te gast op twee hogescholen. Eentje in Ede en de hogeschool Utrecht waar een bijeenkomst werd gehouden in de tropische kassen van de botanische tuin. Wat was het fijn om tussen de studenten te lopen, de opwinding te voelen en live met elkaar in gesprek te kunnen. Er werden vragen gesteld, veel vragen over verschillende onderwerpen. Een van de belangrijkste vragen cirkelde rondom de verwevenheid van vrouwelijkheid en lichaam.

Onszelf vanuit vrijheid begrijpen tegenover het in de wereld geworpen zijn met allerlei betekenissen die al vast lijken te liggen, is een vraag die steeds terugkomt. We worden geboren als lichaam en direct wordt dit lichaam benoemd als een meisjes of een jongenslichaam. Er is geen enkele noodzakelijkheid om het meisjeslichaam als inferieur te benoemen, als tweede sekse, dus gewoon ermee ophouden lijkt me een goede strategie.

In de zaal stond een man op, waarschijnlijk een docent, die vertelde dat zijn biologische dochter nu een prachtige zoon was geworden. Trots liet hij mij een foto zien. Inderdaad een prachtig mens. We filosofeerden samen waarom tegenwoordig meer biologische meisjes de wens te kennen geven om als jongen door het leven te gaan. Het beeld over wat een vrouw is, is blijkbaar te krap geworden, zo dachten we.

De aangeboden mallen passen lang niet iedereen. Wat zou er gebeuren als we daarmee ophielden? Er wordt een baby geboren, een mens, punt. Oh wat spannend wat voor een mens gaat dit worden? Welkom lief kind.

Vrouw of man zijn is geen voorbestemd biologisch programma maar ontstaat door toeschrijvingen met en vanuit taal en cultuur. Een baby wordt geboren in een wereld die allang talig rond mythes gevormd is.

Zijn we aan het groeien naar een samenleving die de vrouw-man dimensie durft los te laten? Zijn we aan het groeien naar echte vrijheid om onszelf vorm te geven? Of blijven we ons vastklampen aan de beelden over wat een vrouw is? We zijn al mooi. We zijn al vrij.

Heerlijk om daar samen met jonge mensen over na te denken. En wat fijn dat deze docent zijn verhaal met ons deelde. Als vader zijn kind steunt en tegelijkertijd nadenkt over de dwingende beelden in de samenleving.

Hoopvol verlaat ik de hogescholen. Ik ben al vrij zingt het door me heen.

Aan de slag met onze angsten voor een betere wereld

Afgelopen week las ik dit boek Ieder een lichaam van de Britse Olivia Laing. Dit gaat over getekende lichamen en lichamen als motor van verandering of zoals we tijdens de 2de feministische golf zeiden Het persoonlijke is politiek. Het boek gaat over de ervaringen om in een lichaam te leven, iets dat zo extreem kwetsbaar is, schrijft ze dat zo willekeurig aan genot en pijn, haat en begeerte onderworpen kan zijn. De anderen bepalen hoe vrij we mogen zijn in ons lichaam en aan de andere kant dat het lichaam zelf een middel tot vrijheid kan zijn.

Ze schrijft veel over Wilhelm Reich en Freud maar dat vond ik niet het meest bijzondere van het boek. Het meest aangrijpende vond ik de verhalen over Malcolm X, James Baldwin, Martin Luther King en Nina Simone en de kunstenaars Mendieta en Kathy Acker. De droom van het vrije lichaam dat ingeperkt wordt door anderen. Ook haar beschrijving van de vreugde en de adrenaline om je eigen belaste, individuele lichaam te kunnen afleggen en te versmelten met een woest, golvend collectief van lijven, is zo herkenbaar. We kennen het van concerten, van voetbalstadions, van demonstraties waarin we samen strijden tegen onrecht. Of door de muziek helemaal openbloeien en vloeibaar worden.

Voor mij tikte haar boek iets aan wat ik eigenlijk al lang wist en u ook. Namelijk dat alle strijd, alle emancipatiebewegingen, feminisme, homobeweging, burgerrechtenbeweging, black lives matter, altijd maar dan ook altijd gaan over het recht om niet onderdrukt te worden op grond van je lichaam. De overwinningen die zijn behaald, worden als we niet uitkijken, opnieuw aangetast.

Weer open en stromend te kunnen zijn en het lichaam als poreus ervaren, dat is een groot verlangen van ieders lichaam. Vrij zijn, overstromen, delen en op een mysterieuze wijze in werken op elkaars leven. Dat kan op een positieve manier en op een vernietigende.

Olivia Laing heeft me opnieuw doen voelen en ervaren dat alle lichamen er toe doen en dat het onze angsten zijn, die ons van elkaar scheiden. Een vrij lichaam is niet perfect, niet heel, maar verandert in ons leven maar stel je nu eens dat we ons lichaam zonder angst zouden bewonen. Laing eindigt haar boek met: “Stel je heel even voor hoe het zou zijn om zonder angst en zonder angst te hoeven hebben een lichaam te bewonen. Stel je eens voor wat we dan konden bereiken. Wat voor wereld we dan konden opbouwen”.