Welke muziek inspireerde me in mijn werk

https://www.brainwash.nl/bijdrage/psycholoog-liesbeth-woertman-schoonheid-heeft-niet-zoveel-met-perfectie-te-maken

Een paar weken geleden werd me deze vraag gesteld: welke muziek inspireerde u in uw werk? Brainwash maakt podcast met mensen vanuit deze vraag. Drie fragmenten werden er gevraagd en aan de hand daarvan zou een interview van drie kwartier plaatsvinden. Ik dacht dat ik deze beurt over moest slaan want muziek speelt niet zo’n grote rol in mijn leven.

Toch ging ik op een avond zoeken via Spotify en al snel koos ik allerlei liedjes die me beinvloed hadden. Verrek verschillende hoofdstukken uit Psychologie van het Uiterlijk beginnen met een regel uit een liedje. Ik begon er plezier in te krijgen en koos uiteindelijk voor Hallelujah, Janis Ian en Diana Roos

Het hallelujah verwijst naar mijn kindertijd waar ik in de kerstnacht solo het begin van het Halleluja van Handel mocht zingen. Heel hoog en loepzuiver deed ik voor het eerst de ervaring op van resonantie. Uiteraard kende ik dat woord niet maar ik ervaarde dat mijn stem werd gehoord en in aandacht werd ontvangen en dat maakte me erg blij. Ik koos voor de podcast de uitvoering van Leonard Cohen maar uiteraard hoorde ik die versie pas jaren laten.

De andere twee nummers hebben te maken met het je bewust worden van de oordelen en de ogen van anderen en de belangrijke rol van aanraking. Iedere keer wanneer jij me aanraakt, word ik een held, zoals de diep ontroerende zin luidt van een nummer van Diana Ross.

Het was een fijn gesprek met Floortje Smit en ik bedank de redactie van Brainwash vooral dat ze me op het spoor zette om weer eens naar muziek te luisteren en te ervaren hoeveel moois er bestaat.

Na 51 jaar werken, zit ik nu thuis Gelukkig te wezen in mijn eentje

dankzegging 14 oktober 2020

Op deze foto sta ik, zichtbaar nerveus, jullie allemaal te bedanken voor de boeiende, leerzame en groeiende tijd aan de universiteit. Een eenvoudige bijeenkomst met slechts 28 mensen in de ruimte en een groep mensen die digitaal meekeken. Even geen woordenwisseling, geen kritiek en geen ego snoeverij maar hartelijkheid en kijken naar het goede van de afgelopen jaren. Wat doet me dat goed.

Zoveel collega’s die de moeite hebben genomen om een pagina te schrijven vanuit de vraag welke bloem zij met mij associeren. Het bijzonder is dat niemand dezelfde bloem noemde en dat het zaadje van liefde belangrijker werd bevonden dan het zaadje van kennis. Ik ben een zonnebloem, cosmea, kokospalm, dahlia,hibiscus, gele roos, pioenroos, paradijsvogelbloem, waterlelie, kamille en kamperfoelie. Kalachoe, volharding een eeuwige liefde. Chrysanthemum, optimisme, lang leven, betrouwbaarheid en plezier. Sowieso stond het beeld van de zaaier heel dominant in de toespraken. Elkaar zo tot bloei kunnen brengen. Wat is er mooier dan dat. Bij elkaar leverde het een mooi boek op waar ik nog met regelmaat in zal kijken en van genieten.

Het goede in de ander willen en kunnen zien, hoe heerlijk is dat, maar vooral hoe belangrijk is dat in deze Coronatijd waarin verdeeldheid tussen mensen lijkt te groeien. Ook ik heb last van angst, onzekerheid en zwaarte die me naar beneden trekt en ook ik moet me iedere dag opnieuw aansporen om licht te zijn en vriendelijk naar mezelf en naar andere mensen.

Verlies alsjeblieft niet je vermogen om te bloeien. Wees daar zorgzaam in en alert zowel naar jezelf als naar anderen. Angst is besmettelijk maar lichtheid eveneens en vergeet nooit dat ook in jou vele talenten wachten om tot bloei te komen.

Wat een afscheid: Onderscheiding met de Nederlandse leeuw

Van snoepverkoopster bij Jamin tot ridder in de orde van de Nederlandse leeuw

Van snoepverkoopster bij Jamin tot ridder in de orde van de Nederlandse leeuw. Wat een weg en wat een afscheid.

Veel van jullie weten dat ik al vanaf 10 mei 2020 officieel met pensioen ben en door Corona mijn afscheidsrede en grote receptie en diner misliep. Mijn ondersteuners vonden dat toch een beetje sneu, de schurken, en stelden in september voor om toch een klein afscheid te organiseren. Zo werd de datum van 14 oktober 2020 geprikt en ik moest mijn gastenlijst van honderden mensen terugbrengen naar 30. Dertig mensen, waaronder mijn moeder, 88, en mijn schoonmoeder van 91, kinderen en kleinkinderen en nabije collega’s, kwamen in het Huis van de voormalige Utrechtse Paus, bij elkaar.

De stoelen stonden ver uit elkaar en iedereen kreeg een eigen bakje met noten en ander lekkers. Niemand raakte elkaar aan en er werd onhandig gebogen en met warme ogen naar elkaar geknipperd. Mijn kleinkinderen waren prachtig feestelijk gekleed en hadden er veel zin in om oma in toga te zien. Om 16.15 opende Marcel van Aken, decaan van de faculteit sociale wetenschappen, de bijeenkomst. Ik was erg nerveus. Waarschijnlijk omdat pas op woensdagmorgen duidelijk werd dat het afscheid door mocht gaan. Ik had amper tijd gehad om me te verheugen.

Ik mocht mijn afscheidscollege geven maar het werd een grote dankzegging voor alle steun die ik had mogen ontvangen door zowel mijn ondersteuners als het bestuur van de universiteit. Daarna lofuitingen en hier een klein citaat om u mee te laten genieten van de sfeer:

“Dit ben jij ten voeten uit: betrokken, gepassioneerd, direct, liefdevol, genadeloos en puttend uit een veelkleurig register van taal en beelden. Iedereen kan je verhaal volgen en dat is een verademing want veel wetenschappelijke vertogen doen niet onder voor de oude Latijnse vertogen, onbegrijpelijk voor niet klassiek onderlegde burgers en waarmee geleerden vooral hun status onderschreven en zich hoog verhieven boven het volk. Wat jij doet en gedaan hebt is wetenschap bedrijven met je ziel, met je hart en dat is precies het verschil tussen ambitie en passie”.

Met rode oortjes hoorde ik alle complimenten aan ondertussen knipogend met mijn kleindochter. Het was gezegd en het was gedaan. Toch fijn om even fysiek en met een live stream echt afscheid te kunnen nemen en toen kwam de burgemeester binnen. Ik zat met open mond en hoorde dat ik een koninklijke onderscheiding kreeg voor mijn wetenschappelijk werk maar vooral voor mijn maatschappelijke betrokkenheid en impact. Ik zag natuurlijk niet mijn eigen gezicht maar blijkbaar moest het iets uitdrukken van opperste verbazing. Ik het meisje uit Sterrenwijk, een koninklijke onderscheiding? Ik moest keihard lachen zoals u op de foto kunt zien en waarop ik mijn eigen verbaasde gezicht terugzag.

In verband met de corona regels kon de burgemeester de medaille niet opspelden en mocht Barend dat doen.

De volgende dag ontdekten ik in een grote tas met cadeaus een prachtige fotoboek en een boek met allerlei mooie herinneringen en wensen van mijn collega’s, vrienden en geliefden. Heel langzaam maakte ik dat open en de eerste pagina van mijn zoon deed me al volschieten dus de rest van het boek wordt nu per pagina per dag bekeken en beleefd.

Wat wordt er van me gehouden. Wat ben ik door veel mensen gezien. Ben er helemaal ondersteboven van en moet er echt de komende dagen van bijkomen. Vandaag maar een wandeling maken en een wasje doen. Even weer terug op aarde.

Afscheid van 32 jaar werken aan de universiteit Utrecht

Aula academiegebouw

Beste (oud) collega’s, (oud) studenten, vrienden en bekenden

Woensdag 14 oktober is het zover en nemen we afscheid van Liesbeth Woertman. Jammer genoeg niet met honderden mensen in de aula van het academiegebouw. Er zijn maar 30 mensen aanwezig, zoals u gisteravond allemaal hebt kunnen horen, maar u wordt van harte uitgenodigd om het afscheid mee te kijken via de live stream. Heel wonderlijk gevoel dat ik pas sinds gisteravond weet, na de toespraak van Rutte, dat mijn afscheid vandaag door kan gaan omdat de maatregelen tegen het corona virus pas woensdag avond om 22.00 uur ingaan.

https://livestream.acsaudiovisual.com/afscheidLiesbethWoertman

https://livestream.acsaudiovisual.com/afscheidLiesbethWoertman

Wachtwoord: Langeveld

Je kijkt dus live mee, op hetzelfde tijdstip dat het afscheid plaatsvindt. Er kan niet terug gekeken worden.

Om 16:00 komen de genodigden binnen, om 16:15 zullen de praatjes starten tot ongeveer 17:30.

Leuk als u erbij kan zijn!

Symposium imperfectie en de angst voor afhankelijkheid

symposium imperfectie jaarbeurs 9 oktober 2020

Vrijdag 9 oktober 2020 was er een bijzonder symposium in de Jaarbeurs van Utrecht over imperfectie. De Jaarbeurs is niet de meest intieme plek om met elkaar te werken door haar grootte maar in deze periode is het een pluspunt omdat het symposium, coronaproof, doorgang kon vinden. De zaal was opgesteld met rijen losse tafeltjes, zoals we dat kennen van tentamens en de gangen zijn gigantisch breed. Ik schat dat er 80 mensen in de zaal zaten, psychologen en psychiaters en een paar honderd mensen die via een link meededen. Ik mocht de openingslezing geven over het imperfecte lichaam en vooral het intersubjectieve karakter en dat het lichaam zich ook regelmatige in het onvertrouwde moet begeven, stond centraal. Hier een klein fragment:

“Om een goede verhouding tot ons lijf te hebben is het leren omgaan met het onvertrouwde van groot belang. Waar zijn we als we in het onvertrouwde zijn? Hoe kunnen we nieuwe ervaringen koppelen aan wie we zijn? De mens bevindt zich altijd voor een deel in onbekend gebied EN op vertrouwd terrein. Ons bewegen in het onbekende gaat altijd gepaard met angst. Sommige mensen verdragen dat en houden wel van een adrenalinekick. Veel mensen laten zich door hun eigen angsten leiden en zien af van nieuwe ervaringen. Ze sluiten zich op in wat hen vertrouwd is maar daardoor ontzeggen ze zich de mogelijkheden om te groeien, om te veranderen. Leven is per definitie veranderen. In iedere levensfase moeten we ons leren verhouden tot ons lijf dat we zijn en dat we hebben. In onze tijd, waarin het aangeboden schoonheidsideaal leeftijdsloos lijkt, is dat een heel moeilijke opdracht”.

Om ons een identiteit te geven, gebruiken we beelden. Alsof we pas dankzij beelden kunnen zijn wie we zijn. Stap uit je hoofd, uit de beelden en kom in je lichaam. Streef niet naar perfectie niet voor je uiterlijk en niet op innerlijk niveau. Hoe moeilijk het ook is maar laat je imperfecties onderdeel uit mogen maken van wie je bent.

De tweede lezing van Jos van Mosel en sloot prachtig aan. Hij vertelde over breuken en stagnaties in de psychoanalystische relatie die niet te vermijden zijn en besprak het concept van “de Derde” geinspireerd op het werk van Jesscia Benjamin. Ook hier gaat het om de intersubjectieve benadering en de mens als relationeel wezen.

Het middagprogramma bood prachtige therapeutische perspectieven rondom imperfectie en schaamte.

Ik vond het hoopvol dat zoveel hulpverleners het pad van de inter subjectiviteit aan het onderzoeken zijn omdat dat de enige mogelijkheid is om tot echt contact te komen waarin iedereen kan groeien.

Klooster Huissen een inspirerende plek

Het prachtige klooster in Huissen 11 april 2019 tijdens mijn boekpresentatie

Aalt Bakker de directeur van het prachtige klooster in Huissen interviewde me voor de kloosterkrant van het najaar 2020. Lees hieronder ons gesprek en neem een kijkje op hun site voor inspiratie en bemoediging.

Ik voel me rijk!

Ik voel me rijk zegt ze ineens tijdens ons gesprek. En dat na de pittige lockdown in coronatijd. Haar  pensioen ging een paar maanden eerder in dan gepland. Haar geplande afscheidsfeest viel weg. Ineens viel alles stil. Van een hoogleraar volop in het leven was ze opeens lid van de groep kwetsbaren. Een gesprek met een bijzondere vrouw Liesbeth Woertman, emeritus hoogleraar psychologie.

‘’Tijdens de persconferentie half maart vertelde premier Rutten dat grote evenementen worden afgelast vanwege corona. Eerst dacht ik nog dat het wel mee zou vallen. Maar een paar dagen later realiseerde ik me dat mijn afscheid als hoogleraar ook niet door kon gaan. Ik zag er zo naar uit. De universiteit werd opeens gesloten. Er was zelfs geen gelegenheid om persoonlijk afscheid van mijn collega’s te nemen en mijn persoonlijke spullen mee te nemen. “In mei was mijn afscheid gepland en ik had mijn afscheidsrede al in mijn hoofd. De avonden in Tivoli in Utrecht rondom mijn boek je bent al mooi gingen niet door. Alles werd afgelast.

Ik vond het een chaotische en lastige tijd. De eerste weken moest ik echt mijn best doen om niet somber te worden. Er viel heel abrupt heel veel weg. Mijn werk, de ontmoetingen in de bibliotheek in mijn woonplaats, mijn yogales, alles stopte. Ik kon mijn kinderen en kleinkinderen niet zien. Zij wilden niet dat zij ons zouden besmetten. Ik had ineens zeeën van tijd. Het was een ervaring van leegte. Net alsof we midden in het verkeer zitten en alles ineens stil valt.

Ik voelde me ineens lid van de probleemgroep in de corona pandemie. Ik hoorde er niet meer bij. Tijdens wandelingetjes door mijn woonplaats probeerde ik de mensen die ik tegen kwam steeds met warme ogen aan te kijken. Maar zij keken de andere kant op en liepen heel ruim om me heen. Ze dachten dat ik iets ergs had. Ik voelde me in de hoek gezet.  Ik moest me zelf wel even goed toespreken. Het was een lesje in nederigheid voor me. Toen kon ik tegen mezelf zeggen dat het heel jammer is, maar dat het zo is en niet anders. Ik kon me herpakken en kon ik me gelukkig prijzen met mijn fijne plek en mijn tuin.

Dor hout

Er was veel angst in die periode. Er ontstond ook een flinke tweedeling tussen de generaties, tussen jong en oud. Er werd gesproken over dor hout. Als er keuzes gemaakt moesten worden wie er een plek op de Intensive Care kreeg, dan kwamen de ouderen niet in aanmerking, omdat zij toch niet meer lang te leven zouden hebben en omdat zij niet meer zouden bijdragen aan de samenleving. De ouderen werden als ding neergezet, waarover werd besloten. Het was niet nieuw wat er gebeurde, maar het was wel een pijnlijke uitvergroting.

We weten in het westen ook niet goed hoe we met ouderen moeten omgaan en wat zij nog kunnen betekenen voor de maatschappij na hun pensioen. Ouderen dragen dan blijkbaar niet meer bij aan de maatschappij. Ouderen kunnen nog enorm veel bijdragen. Veel verenigingen en kerken draaien op de inzet van ouderen. Veel ouders kunnen werken dankzij grootouders die oppassen. Dat telt blijkbaar niet mee. Dan heb ik het nog niet over de wijsheid en ervaring die ouderen hebben.

Maar horen in onze samenleving alleen mensen die bijdragen er bij? We kijken steeds meer alleen naar economische factoren. Wat kost iemand en wat levert hij of zij op. Ons mensbeeld is versmald tot een mens als economisch wezen, de homo economicus. Als we zo kijken naar mensen, dan gaan we puur op economische gronden keuzes maken. Wat voor samenleving leven we dan in?

Wijsheid

Ik vond de coronatijd in het begin lastig. Ik was blij met de ervaring die ik eerder had opgedaan tijdens mijn leven. Ik was al een paar keer eerder in mijn leven ‘’omgevallen’’. Ik heb toen geleerd de lastige dingen aan te gaan, moedig te zijn en terug te gaan naar het punt waar je ontrouw bent geworden aan jezelf. Vroeger liep ik er voor weg. Dan voelde ik me slachtoffer, of overschreeuwde ik me. Dat hielp natuurlijk niet. Het aangaan is de beste strategie en dat is ook de kortste weg. Het hielp me deze keer dat ik dat eerder al had meegemaakt en geleerd had. Dat kwam me nu goed van pas.

Als er iets is dat je niet bevalt, ook al heb je het niet zelf bedacht, moeten we het aan gaan. We zijn geneigd om lastige dingen eerst te relativeren of te maskeren. We laten dan iets anders zien dan er feitelijk is en ook dan je werkelijk bent. Dan wordt je ontrouw aan je zelf. Hoe moeilijk iets ook is in je leven, ga het toch aan en accepteer dat het zo is. Dan kun je de lef vinden om je te herpakken. Dat is de kortste weg naar herstel. Dat is de wijsheid die in de loop van de jaren meer ontstaat. Ik had die wijsheid graag eerder geleerd in mijn leven.

Het was pijnlijk om te ervaren dat ouderen in de hoek gezet werden. Ouderen dragen vaak nog heel veel bij. Maar als we dat alleen in geld blijven uitdrukken, dan zie je dat niet. Maar als we het alleen economisch bekijken, dan zien we de waarde ervan niet.

Mocht ik echt oud worden, dan wil ik geoefend hebben om het aan te gaan. Als mijn geheugen of mijn lijf me in de steek laat, dan zijn er minder hulpbronnen om het aan te gaan dan nu. Ik ben blij dat ik in mijn leven geoefend heb, zo ook deze keer in coronatijd.

Aan het eind van ons gesprek laat ze me een prachtig schilderij zien. Een portret van een kind met een blik vol verbijstering en kwetsbaarheid. De schilderes (Maija Kulenovic) is geboren in Sarajevo, voormalig Joegoslavië en heeft de oorlog in haar geboorteland meegemaakt. Het kind is geschokt door hetgeen ze ziet. Ze ziet iets verschrikkelijks, maar kan niets doen. Ze moet zien te leven met wat ze voor haar ogen ziet gebeuren. Ik kan mijn ogen niet van het schilderij afhouden.

Plezier in de keuken

Afgelopen weekend heeft Isabella een taart gebakken samen met opa Barend. Aday was te moe omdat hij op kamp was geweest en niet had geslapen. In het kamp hadden ze geleefd alsof ze in vroegere tijden leefden dus poepen boven een gat, slootje springen, op hooibalen slapen. Dat soort zaken. Nou dat was eens maar nooit meer. Hij was blij dat hij weer thuis was en waardeerde een toilet waarop je even rustig alleen kon zitten en een warm bed als nooit tevoren.

Terwijl de taart in de oven stond gingen Isabella en ik in de keuken groenten snijden, terwijl Aday onder een dekentje op de bank lag en ze zei “we zijn collega’s”en ik zei lachend je hebt helemaal gelijk, we zijn nu collega koks. Ze gaf me op haar manier een boks.

Nadat we heerlijk hadden gegeten en van de pruimentaart hadden gesmuld, gingen Aday en Isabella afdrogen, terwijl opa Barend afwaste. Wat een rijkdom op de zaterdagavond zomaar samen zijn.

De rol van grootmoeder is eigenlijk de eerste vrouwenrol die me goed past. Wonderlijk. Ik vind dochter en moeder zijn ingewikkeld. Dat wrong en wringt aan alle kanten omdat blijkbaar de beelden van een goede dochter en moeder me dwars zaten. Daar kon ik niet aan voldoen.

Ik realiseer me voor het eerst dat ik blijkbaar voor mezelf geen beeld heb van een goede grootmoeder en dat ik maar wat doe. Ik maak tijd en ruimte voor mijn kleinkinderen dat is zeker. Ik word heel blij van hen en ben graag met hen samen maar dat heeft niets met perfectie te maken.

Zomaar samen Zijn. Misschien begin ik toch iets van het leven te begrijpen.

Ballenbak voor volwassenen of hoe zorg je voor echt plezier

foto gemaakt door Maartje Bressers plusonline

Plus online plaatste op 30 september 2020 de podcast over Psychologie van het uiterlijk. Het interview is al een half jaar geleden opgenomen tijdens de gezondheidsbeurs afgelopen februari. De podcast is nu te beluisteren via deze link

https://www.plusonline.nl/gezondheid/plus-podcast-de-psychologie-van-het-uiterlijk-met-professor-liesbeth-woertman

Wat me afgelopen dagen sterk bezig heeft gehouden is de opkomst van drie selfie musea in Amsterdam die blijkbaar ook nog erg op elkaar lijken, zo vertelde me een journalist. Ze hebben alledrie een ballenbak waar je eindeloos foto’s van jezelf kunt nemen om die te posten op Insta. Het lijkt me een aardige activiteit voor kinderen en tieners maar er gaan ook volwassenen naartoe die zichzelf fotograferen. De toegang kost 25 euro en dat is meer dan de toegangsprijs voor ieder ander echt museum. Raar toch dat amusementshallen waar mensen selfies kunnen maken musea heten?

Doorgeslagen ijdelheid vroeg de journalist aan mij. Nee, grote innerlijke leegte, zei ik. We amuseren ons kapot schreef Neil Postman al in de jaren tachtig van de vorige eeuw, over de effecten van de media. Hij was een visionair en voorzag dat de commercialisering van de media en haar ontembare aanbod de cultuur aanvalt en tenslotte cultuur wordt. Sterker nog schreef hij in Technopoly “als gevolg daarvan moeten tradities, sociale mores, mythen, beginselen, rituelen en religie vechten voor hun bestaan. Het maakt ze onzichtbaar en daardoor irrelevant”. En toen hij dit schreef ging het alleen nog over de invloed van televisie!

Hoe kunnen we met elkaar dit tij keren? Zelf probeer ik tegen de beeldenstroom momenten van stilte te creeren in mijn leven. Iedere dag opnieuw probeer ik vanuit de stilte naar mijn lichaam te luisteren waar ze behoefte aan heeft en wat er nodig is. Dat kan door even uit het raam te staren en te voelen en tijdens een wandeling door aandachtig en rustig om me heen te kijken. Het zijn schijnbaar kleine handelingen maar zo belangrijk voor mijn welbevinden.

Hoe zorg jij dat je uit de beelden, uit je hoofd in je lichaam komt?

Selfie museum

Foto gemaakt door Pete Pronk

Er belde een journalist met het verzoek om met me te sparren over het selfie museum. Het wat? Het selfie museum. Er waren al twee selfie musea in Amsterdam maar nu is daar een derde bijgekomen, vertelde hij. Hij heeft een dochter van 13 en met haar gaat hij daar deze week naartoe. The Upside Down van Anna Nooshin. Ik had er nog nooit van gehoord. Maar dat is het leuke van zoveel media verzoeken dat journalisten me nieuwe vragen geven en dit is er een van. Een selfie msueum klinkt in mijn oren als een tegenstrijdigheid.

Zoals ik eerder schreef waren vriend Pete en ik vorige week naar museum Voorlinden geweest. Daar zagen we de gezichtsmaskers zoals u op de foto kunt zien. Die maskers intrigeerde me hevig. Beetje eng ook wel. Bijzonder is dat alle gezichten verschillend zijn en allemaal een ander verhaal vertellen. Loop er nog steeds over te broeien waarom deze maskers me zo raken. Kwetsbaarheid? Verval? Eindigheid? Uniciteit?

Het bijzondere van kunst vind ik dat er iets nieuws wordt aangeraakt in mij. Het laat me vaak verwonderen en ik weet nog dat Pete en ik in de tuin liepen bij Voorlinden en al die schoonheid zagen en dat ik zei: “Dit is voor mij de mensheid op zijn best”.

Que marketing knap om een plek waar selfies gemaakt worden een museum te noemen. The Upside Down verwijst naar de installaties waarbij het op de foto lijkt alsof je zweeft. Ik las in het Parool dat er medewerkers klaar staan die je helpen bij het kiezen van de perfecte pose. Het is dus de bedoeling dat je veel selfies maakt en die dan post op Instagram. De omgeving wordt dan gebruikt, net zoals bij veel toeristische plekken, om te laten zien dat je daar geweest bent. Het gaat uiteindelijk om jezelf tentoontestellen.

Echt kijken en stil staan bij wat het kunstwerk met je doet, is er dan niet meer bij. Ik moet het gesprek met de journalist nog voeren maar de woorden dat bij me opkomen over het selfiemuseum zijn: suikerspin, doolhof en ontheemde mensen.

we staan aan de vooravond van een kantelpunt

foto gemaakt door Pete pronk

Mijn vriend Pete en ik zijn naar het museum Voorlinden geweest in Wassenaar. Het was een cadeau van hem aan mij nog voor mijn verjaardag. Er is een kleine vaste collectie waar een paar fascinerende objecten te zien zoals het zwembad en dat deel van het museum wordt Highlights genoemd. Daar is bovenstaande foto ook gemaakt.

Twee andere tentoonstellingen vullen het museum. De ene heet Momentum, het beslissende ogenblik waarop alles in een stroomversnelling raakt. Een kunstenaar is altijd op zoek naar dat moment waarop dat ene bepalende inzicht binnenvalt, waardoor een nieuwe idee ontstaat, zo staat er in het boekje te lezen. De andere tentoonstelling heet Rendez Vous en staat voor ontmoeting in allerlei vormen. Ik ga hier niet alles bespreken maar ik licht er een kunstwerk uit.

Het werk van Oliver Beer waar we allerlei vormen van keramiek zien. Veel vazen staan tegen een wand opgesteld met daarin een microfoon. De kunstenaar wil de makers die vaak anoniem zijn van keramiek een stem geven. Hij vangt de geluiden op uit de potten en vazen en die worden versterkt en weerkaatst. Pete en ik staan gefascineerd te luisteren. Wij denken dat dit kunstwerk gaat over de leegte die een stem krijgt en staan een lange tijd aandachtig stil.

Maar het meest bijzondere vond plaats in het kunstwerk dat op de foto te zien is. In het museum zag ik het als een groot roestig plaatwerk waar je in kunt lopen. Dat deed ik ook en ik bleek het gevoel te krijgen dat je er van binnen eindeloos in rond kon lopen. Pete liep achter me en maakte deze prachtige foto. Verbaasd keken we naar het resultaat omdat er nu een nieuw kunstwerk was ontstaan.

Of was het meest bijzondere dat Pete op de grond lag om de muis te fotograferen die een verhaal vertelde. Een andere bezoeker kwam de zaal in en begon Pete te fotograferen als levend kunstwerk. We staan altijd aan de vooravond van een kantelpunt en ik hoop vurig dat steeds meer mensen kiezen voor vormgeven in plaats van voor nabootsing.

We hebben gelachen en hebben ons gelaafd aan die prachtige tuin om het museum, de verrassende kunstwerken die we zagen maar bovenal hebben we genoten van het kunstwerk van onze vriendschap.