Agenda maart

We zijn nog even op Schiermonnikoog, omringd door veel fazanten, veel vogels, enkele konijnen en een haas in het heerlijke lenteweer en de uitbottende natuur.

Uiteraard enkele uren per dag schrijven wat hier altijd wonderwel goed lukt.

Naast het schrijven van een boek ook mijn “optredens” voorbereiden.

9 maart 2026 ga ik naar de bibliotheek Twenterand in het kader van internationale vrouwendag. Ik word daar geïnterviewd door Inge Tjapkes over Wie ben ik als niemand kijkt. Het begint om 12.00 uur Het Punt, Vroomshoop en je kunt je er nog voor opgeven bibliotheektwenterand.nl Iedereen is welkom, ook mannen

17 maart 2026 ben ik in Boxtel waar ik een lezing geef over ouderen gebaseerd op mijn laatste twee boeken Wie ben ik als niemand kijkt en Zeg me wie ik ben. Openbare Bibliotheek Boxtel, Burgakker 4. 10.00-12.00

26 maart 2026 is de tweede live ontmoeting van Bendeleiders. Plotten en Smeden .Hoe dragen we als oudere vrouwen bij aan de samenleving en hoe kunnen we het negatief beeld over oudere vrouwen positiever draaien. Er is zoveel energie, talent en wijsheid onder oudere vrouwen, die we graag willen gebruiken en laten zien. De Afslag, Bussum 13.30-17.00. opgeven www.bendeleiders.nl

29 maart tot en met 2 april 2026 geven Pete Pronk en ik weer een vijfdaagse retraite over ik en de ander in het klooster in Huissen. Een heilzame, diepgaande en speelse ontdekkingsreis met tal van creatieve werkvormen. Ook daar kun je je voor opgeven. kloosterhuissen.nl

Ik vind het zelf een afwisselend en mooi programma voor de maand maart en de rest van de tijd schrijven aan mijn boek. Ik hoop je ergens te ontmoeten

Gezegend de ruimte tussen jou en mij

Het afgelopen weekend door de hitte veel in en om ons huis gebleven. De middagen bracht ik door op de bank. Zonneschermen naar beneden, een pot thee, een diepvrieselement in een washandje dichtbij en lezen. Zo’n diepvrieselement is een fijne manier om af te koelen. Even in mijn nek of knieën en ik kan weer beter ademhalen. Maar goed ik las Efik Shahak de veertig regels van liefde uit over de liefde tussen Rumi en Sjams. En daarna mocht ik beginnen aan de biografie over Henri Bergson, uitgegeven door Ten Have.

Aan het begin van de twintigste eeuw was Henri Bergson 1859-1941 de beroemdste filosoof ter wereld. Ik ben nog volop bezig in het boek en zal er later wat dieper op ingaan maar nu raakte mij de beschrijvingen van zijn colleges die heel druk werden bezocht. Maarten Doorman schrijft in het NRC “Met geloken ogen stond hij voor de zaal aldus de Britse schrijfster Emily Herring in haar zojuist verschenen boek over Bergson. Hij liet een merkwaardige stilte vallen en maakte dan met zijn duim en wijsvinger een gebaar alsof hij een dunne draad uit een kluwen trok”.

Deze zinnen en nog veel meer andere prachtig poëtische zinnen raakte me zeer omdat ze mijn herinnering activeerde aan mijn eigen colleges, zowel als docente als studente. Dat wonder van iets nieuws leren, die diepe gespitste stilte, oren op stelen, en de indaling van iets nieuws, iets dat de rest verschoof. Wat miste ik dat ineens op de bank in de hitte op een zondagmiddag. Het samen leren blijft toch favoriet.

De mensen die me kennen, weten dat ik altijd meerdere boeken tegelijk lees en zo ook nu het boek van John O’Donohue Gezegend de ruimte tussen jou en mij, dat ik oppakte later in de avond en ik las over een nieuw begin. “De Grieken geloofden dat de tijd een geheime opbouw had. Je had het moment van de epifanie, waarop de tijd zich plotseling opende en iets zich in al zijn lichtende helderheid openbaarde. Dan was er het moment van de krisis, waarop de tijd door elkaar liep en de richtingen warrig en tegengesteld werden. Maar er was ook het moment van de kairos; dat was het gunstigste moment. De tijd opende zich, vriendelijk en vol beloften”.

Ik vermoed dat John O’Donohue het werk van Bergson over de tijd kende, maar zeker weten doe ik dat niet. Wel is het zo dat beiden mijn hart openen en vullen met verwachtingsvolle aandacht naar een nieuw begin. Het valt me nu pas op dat beide boeken uitgegeven zijn door Ten Have.

O’Donohue eindigt met zegeningen voor vrede “.Laat ons bidden dat we, dwars door onze angst voor elkaar heen, een nieuw ideaal zien dat onze fatale hang naar agressie geneest”..

We zijn nog nooit zo mooi geweest en zo ontevreden

Deze foto is gemaakt in Hilversum waar omroep Human een beeldcollege over schoonheidsidealen opnam. De inhoud leunt op mijn boek Je bent al mooi. Over de schoonheid van imperfectie. Dat schoonheid niet eerder zo gemanipuleerd en onecht is, als in onze tijd. Heeft het huidige schoonheidsideaal nog iets te maken met schoonheid, is een vraag die bij mij leeft.

Weken geleden werd mij gevraagd of ik voor jonge mensen een beeldcollege wilde schrijven. Al snel werd de werktitel We zijn nog nooit zo mooi en zo ontevreden geweest. Dat was een proces van enkele weken waarin tekst en de bij gezochte beelden samen een geheel gingen vormen. Ik dacht direct aan een grafiek uit Psychology Today waarin je heel mooi de toegenomen ontevredenheid kan zien vanaf de jaren zeventig. En ook de miss verkiezingen voor hele jonge meisjes popte op. De cosmetica industrie die crèmes ging ontwikkelen voor meisjes vanaf een jaar of acht. De programmamakers kwamen ook met allerlei ideeën en nu maar hopen dat we ook overal gebruik van mogen maken.

Nadat we het over de tekst eens waren, dat was nog best even puzzelen om zo kernachtig te kunnen schrijven, namen we het college op in een prachtig oud schoolgebouw in Hilversum. De setting was aangepast met een oud tv toestel, barbiepop en leunstoel. Best ongebruikelijk voor mij om te spreken vanuit een stoel dus ik ben nieuwsgierig naar het resultaat. TV maken is vooral wachten, omdat er ineens een vrachtwagen langsrijd of de zon achter de wolken verdwijnt. Dus ik riep jongens het hoeft niet perfect. Dat vonden ze toch wel een dingetje. Ik glimlachte en voelde dat er nog genoeg werk aan de winkel is om dat idee van perfectie een beetje los te weken.

Maar met deze groep enthousiaste en betrokken mensen wordt het vast een mooi college. Als het klaar is, zal ik het hier posten. Misschien kunnen we dan de vraag beantwoorden of huidige schoonheidsidealen nog wel iets met schoonheid te maken hebben.

Tijd is hoop

Ik lees op dit moment het boek van Joke Hermsen Tijd is hoop, al haar essays over tijd. Daarin las ik tot mijn genoegen een essay over het werk van Hilma af Klint. Een schilderij van Klint siert de voorkant van min boek Zeg me wie ik ben. Over de grenzen van identiteit. Ik had in eerste instantie andere werk van haar uitgekozen maar daar kregen we geen toestemming voor. Het waren de gekleurde cirkels met driehoeken die ik mooi vond, niet gehinderd door enige kennis. Het werden dus de zwanen, wit en zwart die spiegelbeeldig met hun snavels tegen elkaar komen. Ik vond het een mooi beeld van heelheid, mannelijkheid en vrouwelijkheid, wit en zwart, ik en de ander.

Gisteren las ik het essay van Hermsen en zij schrijft op pagina 378 :”Op het eerste doek van haar Zwaan-serie bijvoorbeeld zien we hoe twee nog duidelijk als zwanen herkenbare zwanen in zwart-wittinten aan elkaar gespiegeld worden, waarbij de puntjes van hun snavels en vleugels elkaar nog net weten te raken. Gezamelijk vormen ze een zogeheten ouroboros, een voor Af Klint belangrijk symbool uit de Egyptische oudheid en de hermetische traditie, dat naar zelfverwerkelijking, wedergeboorte en de cyclische aard van de natuur verwijst. Alles hangt met alles samen, de fysieke en de mentale wereld, en alles keert terug in een andere vorm. Halverwege de serie zijn de zwanen in twee cirkels veranderd, die door veelkleurige driehoeken doorsneden worden”.

Iets verderop schrijft Hermsen dat Af Klint op zoek was naar samenhang, naar eenheid, tussen boven en beneden, ogenblik en eeuwigheid, begin en einde, ik en de ander.

Dit wist ik allemaal niet. Tijdens mijn keuze voor de omslag heb ik me laten leiden door schoonheid, naar een beeld dat me raakte. De verschillende kleuren en vormen die me aanspraken maar ik had niet door, dat ze me echt aanspraken en zo goed passen bij de inhoud van het boek. Of heb ik dit essay eerder gelezen maar weet ik dat op bewustniveau niet meer?

Interview en signeersessie bij Boekhandel Baas

Wat een bijzonder middag bij de ruime en goedverzorgde Boekhandel Baas in Driebergen. Ik werd geinterviewd door Manda Heddema. Ze begon te vertellen dat ze het jammer vond dat ze deze middag had georganiseerd, want hoe meer ze las in mijn boeken des te interessanter vond ze het. Ze stelde direct voor om ook nog een avond te organiseren, zonder het lawaai van de koffiemachine en het publiek in de winkel om nog intensiever, geconcentreerder met elkaar te spreken. Hoewel het een wonder was dat dit toch lukte in de hectiek van de dag.

Daarna stelde ze me vragen over de relatie tussen taal en identiteit. Dat is toch zo bijzonder dat ieder interview echt anders is, andere perspectieven en daardoor andere vragen oplevert. Iedere recensie is anders. Zelden heb ik bij het uitkomen van een boek zo sterk ervaren dat een boek van de lezer is, als bij dit boek.

Ik zocht naar woorden om die dubbelkracht van woorden en identiteit te laten leven. Een woord bijvoorbeeld het woord vrouw levert houvast op. Ik kan dan zeggen ik ben een vrouw zodat het vrouw zijn onderdeel kan worden van mijn identiteit. Maar het toeeigenen van het woord levert naast houvast ook vervreemding op, een splitsing in mijzelf.

Want het woord vrouw heeft al allerlei betekenissen in een bepaalde tijd en cultuur. Is er dan nog ruimte om zelf betekenis te geven, het woord wat uit te laten dijen? Eigenlijk zeg ik als ik het woord vrouw zeg tegelijkertijd, ik geen man ben. Als ik probeer uit te leggen wat vrouw zijn, is dan kan ik slechts wat kenmerken stotteren die mannen niet hebben. Kortom vrouw en man zijn begrippen die naar elkaar verwijzen. Identiteit is dan meer iets tussen mensen. Ik voelde me vrij een ontspannen om zo met elkaar te spreken en te zoeken en werd het een stromend, interessante gesprek.

Een van de mensen voegde het mijmeren toe als mogelijkheid om een intern gesprek met jezelf te kunnen voeren. Mijmeren, zomaar een poosje verwijlen bij je zelf, waardoor er andere stemmen naar boven kunnen komen die gehoord willen worden. Uiteindelijk kwamen we met elkaar tot een soort komma door te zeggen dat ons onbewuste misschien wel het meest onze kern vormde.

Echt een prachtig inhoudelijk samenzijn. Dankjewel Manda Heddema dat je dit mogelijk maakte en ik kijk uit naar onze avond. Voel me uitgedaagd door je om verder na te denken over de relatie taal en identiteit.

Signeren bij boekhandel Pettinga

Tijdens de boekenweek ben ik uiteraard ook aanwezig bij mijn geliefde boekhandel Pettinga in Wijk bij Duurstede.

Hartelijk werd ik ontvangen. Er was een tafeltje in de hoek voor me vrijgemaakt met daarop Zeg me wie ik ben en ook mijn vorige boek Wie ben ik als niemand kijkt. Ik kreeg een kopje thee met een slagroomsoesje en ook de klanten werden verwend.

De winkel is niet heel groot maar staat bomvol boeken en de Pettinga’s zijn meesters in klantvriendelijkheid. Je kunt daar echt binnenkomen met een warrig verhaal zoals ik zag laatst een rood boek met een drukke afbeelding en het boek gaat over relaties. Nou negen van de tien keer toveren ze het boek tevoorschijn.

De mensen druppelden in kleine groepjes naar binnen zodat het mogelijk was met iedereen een praatje te maken. De eerste die voor mijn tafeltje stond was een jonge vrouw die speciaal voor mij naar Wijk bij Duurstede gekomen. Ze had al mijn boeken gelezen, zei ze en wilde me graag even persoonlijk ontmoeten en bedanken omdat ze er veel aan had gehad. Hoe ben je bij mijn werk terechtgekomen, vroeg ik. Dat was toen ik een scriptie wilde maken over het spiegelbeeld en uw boeken in de bibliotheek vond. Nu ben ik erg nieuwsgierig naar dit nieuwe boek over identiteit. Je maakt mijn hele dag, zei ik tegen haar, ik wil graag jonge mensen op weg helpen.

Maar de meeste mensen waren wat ouder en kwamen op dit boek af omdat ze genoten hadden van wie ben ik als niemand kijkt. Een enkeling kocht het voor een vriendin omdat die het moeilijk had. Met de man op de foto sprak ik over biodanza. Met een vrouw sprak ik over het proces van identiteit dat nooit af is, steeds in ontwikkeling, er gaat iets af, meestal door een verlies en er kan ook weer iets nieuws bijkomen, zodat je kan zeggen, dit ben ik ook. Bijzonder hoe open deze korte gesprekjes zijn. Dat geeft me altijd weer zin en moed om dit soort activiteiten te ondernemen.

Ik kreeg nog mooie bloemen en een boekenbon van de Pettinga’s, signeerde nog een paar boeken voor de komende dagen want de boekenweek duurt nog een week. Blij liep ik naar huis.

Vrijdag 21 maart ben ik bij boekhandel Baas in Driebergen.

De dolle mina is terug

Op deze foto zijn we in de prachtige boekhandel Broese in Utrecht op 8 maart 2025 internationale vrouwendag. De journaliste en schrijfster Dieuwerje Mertens interviewde mij over mijn nieuwe boek Zeg me wie ik ben. Over de grenzen van identiteit.

Zij stelde mooi open vragen waar ik veel in kwijt kon. Ze begon met een lastige vraag namelijk wat betekent vrouwelijkheid voor mij, als kind, als jongere en als volwassene. Ik moest daar echt over nadenken. Vrouwelijkheid als kind??? Ben geneigd om te zeggen dat het als kind geen betekenis voor me had. Ik kom uit een gezin met vier broertjes, waar ik als meisje de oudste ben.Jammer heel jammer vond ik het dat ik geen zusje had. Bij de geboorte van mijn vierde broertje stelde ik aan mijn moeder voor om deze maar terug te sturen en begon het langzamerhand tot me door te dringen dat er geen zusje kwam. Blijkbaar wilde ik wel heel graag iemand zoals ik om me heen en voelde ik me anders dan mijn broertjes maar vrouwelijkheid?? Uiteindelijk heb ik mijn derde broertje gebombardeerd tot zusje en met hem een mooi zussen contact ontwikkeld. ,

Als puber was ik stomverbaasd dat er naar me gefloten werd. Wat zagen die jongens en mannen wat ik zelf niet zag?

Als volwassene heb ik vooral de inperking gevoeld van vrouw zijn op straat en door de verwachtingen van dienstbaarheid aan anderen in verschillende werksituaties. Maar dat kan ik nu achter mijn laptop bedenken maar niet op 8 maart bij Broese terwijl het publiek aandachtig luisterde.

Uiteraard gingen Dieuwertjes vragen vooral over identiteit en hoe die steeds verandert en of er iets als een kernidentiteit bestaat.

We hadden een mooie volle zaal met mensen van verschillende leeftijden. Aan het eind vroeg een van de vrouwen of ik de paragraaf bovenaan pagina 134 wilde voorlezen en meer uitleg geven. En zo geschiedde “Ons lichaam is geen ding. Wij zijn ons lichaam.Ons lichaam is steeds aangepast en veranderd in de evolutie. Onze lichamen hebben een geschiedenis, die ruim voor onze geboorte begonnen is. Niet alleen een evolutionaire maar ook een sociale geschiedenis. Dat is een spannende en lastige gedachte. Zo gaat het ook in ons individuele leven, waarin het lichaam zich aanpast en verandert”.

Ik antwoordde ongeveer zo. Onze identiteit, ons lichaam is al eerder ontstaan dan bij onze geboorte. We worden in een wereld geworpen die al allerlei betekenissen heeft rondom mannelijkheid en vrouwelijkheid qua uiterlijk, gedrag en emoties. Ervaringen van onze voorouders zowel biologisch als sociaal drukken hun stempel op wie we zijn en met welke bagage we al ter wereld komen. In die zin is onze identiteit altijd relationeel ten opzichte van anderen en het is de vraag waar onze vrijheid om onszelf vorm te geven uit bestaat als we niet doorhebben hoe we bepaald zijn.

De vrouw knikte en ik zei, jij bent niet verantwoordelijk voor je voorouders, maar dat ze op jou van invloed zijn, is zeker.

Dank Broese voor de perfecte organisatie en ontvangst. Dank Dieuwertje Mertens voor je mooie vragen.

Zaterdag 15 maart 15.00 uur, ben ik te gast in boekhandel Pettinga en 21 maart 15.30 boekhandel Baas in Driebergen.

We hebben grenzen nodig en anderen om onszelf vorm te geven

Mijn Uitgeverij Ten Have wil altijd graag een ondertitel. Dat is voor Zeg me wie ik ben. Over de grenzen van identiteit geworden. Als je de klemtoon op het eerst woord legt, Over, dan betekent de ondertitel dat we altijd meer zijn dan de identiteiten, die we leven. Als je de klemtoon legt op op het woord grenzen, dan gaat het erom dat we grenzen nodig hebben om tot een identiteit te komen. Alles is niets! Als ik zeg, ik ben vrouw, dan zeg ik tegelijkertijd dat ik geen man ben. Als ik zeg dat ik een oudere ben en die ouderdom onderdeel laat zijn van mijn identiteit, dan zeg ik impliciet dat ik niet jong ben.

Iedere tijd en cultuur heeft beelden en verhalen over wat een vrouw en wat een oudere is. We vallen niet samen met de aangeboden ideaalbeelden en daar zit precies de rek. Kan ik zelf betekenis geven aan wat een vrouw is? Kan ik zelf de invulling van wat een oudere is maken? Nee, want het zijn relationele begrippen in een samenleving. Het is de jij die mij ik maakt dus mijn ik is al doordesemd met culturele betekenissen. Het zijn de mannen die mij vrouw maken en het zijn de jongeren die mij tot oudere maken. Maar ik behoor niet alleen tot de groep vrouwen en de groep ouderen. Door mijn geboorte, de ervaringen van mijn voorouders en mijn eigen ervaringen, ben ik een uniek wezen. Van mij is er maar een. Door te leven, te studeren, fouten te maken en vooral scheppend bezig te zijn om aan de aangeboden beelden en betekenissen te rammelen, kan er vrijheid ontstaan om iets nieuws in de wereld te brengen. En mezelf op een ruimere manier betekenis te geven.

Ik probeer in dit boek vanuit mijn psychologische kennis, mijn levenservaring, filosofie,- en feministische literatuur de ingewikkeldheid van ik en de ander, hechten en onthechten, van verbinding, begrenzing en vrijheid te doordenken en handvatten aan te reiken om tot iets meer positieve vrijheid te komen. Pas als je begrijpt waardoor je gevormd bent, kan er een begin zijn van positieve vrijheid. Daar hebben we grenzen en keuzes maken bij nodig.

Boekpresentatie klooster Huissen

foto Barend Boot

Vandaag al een eerste foto, een eerste beeld, van mijn hartverwarmende boekpresentatie Zeg me wie ik ben in het klooster in Huissen. We waren met een mooie groep van 90 mensen uit alle hoeken van het land. Inhoudelijk leverden Rachel van de Pol, Claartje Kruijff en Angela Stoof een bijdrage.

De directeur, Aalt Bakker, die al stiekem in mijn nieuwe boek had gelezen, overlaadde me met mooie complimenten. De afwisseling van persoonlijke notities, gedichten, overdenkingen en analyses spraken hem zeer aan. Ik ben dankbaar dat hij ruimhartig de mooie kapel voor ons open stelde. Mijn uitgeverij Ten Have in de persoon van Rick van Rijthoven zei dat dit mijn beste boek was tot nu toe. Daar stond ik wel even van te blozen.

Ik heb het boek geschreven om een bijdrage te leveren aan verbinding en te vertellen dat we zoveel gemeen hebben met elkaar als mens. Dat ons ik kleiner is dan diegene die we zijn. Dat ons ik altijd een ik is ten opzichte van een ander. Het gedicht Vragen van de dichter Rumi waar we de middag mee begonnen, viel in goede aarde. Het pianospel en zang, ondanks de verkoudheid van de muzikant Barend Boot, ondersteunde de middag op een fijne manier.

In een volgende post met meer foto’s maar die heb ik nu nog niet, zal ik vertellen over de inhoud en de geweldige interviewbijdrage van de Rachel van de Pol. Maar voor nu, dankjewel klooster Huissen en haar team voor de bedding waarin mijn boek mocht verschijnen.