Mensen van 21 in de 21ste eeuw

De Limburger

Deze week werd ik geïnterviewd door een 21 jarige studente journalistiek. Zij maakt voor De Limburger een serie over hoe het de 21 jarigen vergaat. Deze week ging het over uiterlijk.

Ze had zich goed voorbereid en we hadden een gesprek over het belang van uiterlijk voor de mensen die nu 21 zijn. Dus door de puberteit heen en zich volop aan het ontwikkelen op het gebied van scholing en relaties. Zien en gezien worden vindt tegenwoordig vooral online plaats. Wat betekent inclusiviteit voor deze jongeren was een centrale vraag. Ook de druk van cosmetische chirurgie kwam aan bod “Sommigen hadden iets aan zichzelf laten doen, zoals een borstvergroting, iets waar ik zelf ook wel eens onzeker over kan zijn. Het is dan de kunst om bij jezelf te blijven en je ondanks de competitie niet te zeer te meten met anderen”.

Jezelf zijn…. is een problematisch concept want wat is dat? Het zelf is altijd relationeel ten opzichte van iets of iemand anders. Het dubbele hiervan wordt goed verwoord want de jongeren zien de perfectie druk aan de ene kant en aan de andere kant het omarmen van diversiteit, van anders zijn.

Mijn laatste zin in het interview was: “Het zou fantastisch zijn als we het anders zijn meer gaan omarmen. Dat zou er ook voor zorgen dat jongeren met meer compassie naar zichzelf gaan kijken”. Ik bedoel ook heel nadrukkelijk het anders zijn in jezelf want als je de gelaagdheid in jezelf kan zien dan zijn er geen anderen meer.

Eerst ongelijkheid erkennen dan samen op weg naar mens zijn.

De afgelopen week was ik te gast op twee hogescholen. Eentje in Ede en de hogeschool Utrecht waar een bijeenkomst werd gehouden in de tropische kassen van de botanische tuin. Wat was het fijn om tussen de studenten te lopen, de opwinding te voelen en live met elkaar in gesprek te kunnen. Er werden vragen gesteld, veel vragen over verschillende onderwerpen. Een van de belangrijkste vragen cirkelde rondom de verwevenheid van vrouwelijkheid en lichaam.

Onszelf vanuit vrijheid begrijpen tegenover het in de wereld geworpen zijn met allerlei betekenissen die al vast lijken te liggen, is een vraag die steeds terugkomt. We worden geboren als lichaam en direct wordt dit lichaam benoemd als een meisjes of een jongenslichaam. Er is geen enkele noodzakelijkheid om het meisjeslichaam als inferieur te benoemen, als tweede sekse, dus gewoon ermee ophouden lijkt me een goede strategie.

In de zaal stond een man op, waarschijnlijk een docent, die vertelde dat zijn biologische dochter nu een prachtige zoon was geworden. Trots liet hij mij een foto zien. Inderdaad een prachtig mens. We filosofeerden samen waarom tegenwoordig meer biologische meisjes de wens te kennen geven om als jongen door het leven te gaan. Het beeld over wat een vrouw is, is blijkbaar te krap geworden, zo dachten we.

De aangeboden mallen passen lang niet iedereen. Wat zou er gebeuren als we daarmee ophielden? Er wordt een baby geboren, een mens, punt. Oh wat spannend wat voor een mens gaat dit worden? Welkom lief kind.

Vrouw of man zijn is geen voorbestemd biologisch programma maar ontstaat door toeschrijvingen met en vanuit taal en cultuur. Een baby wordt geboren in een wereld die allang talig rond mythes gevormd is.

Zijn we aan het groeien naar een samenleving die de vrouw-man dimensie durft los te laten? Zijn we aan het groeien naar echte vrijheid om onszelf vorm te geven? Of blijven we ons vastklampen aan de beelden over wat een vrouw is? We zijn al mooi. We zijn al vrij.

Heerlijk om daar samen met jonge mensen over na te denken. En wat fijn dat deze docent zijn verhaal met ons deelde. Als vader zijn kind steunt en tegelijkertijd nadenkt over de dwingende beelden in de samenleving.

Hoopvol verlaat ik de hogescholen. Ik ben al vrij zingt het door me heen.

Aan de slag met onze angsten voor een betere wereld

Afgelopen week las ik dit boek Ieder een lichaam van de Britse Olivia Laing. Dit gaat over getekende lichamen en lichamen als motor van verandering of zoals we tijdens de 2de feministische golf zeiden Het persoonlijke is politiek. Het boek gaat over de ervaringen om in een lichaam te leven, iets dat zo extreem kwetsbaar is, schrijft ze dat zo willekeurig aan genot en pijn, haat en begeerte onderworpen kan zijn. De anderen bepalen hoe vrij we mogen zijn in ons lichaam en aan de andere kant dat het lichaam zelf een middel tot vrijheid kan zijn.

Ze schrijft veel over Wilhelm Reich en Freud maar dat vond ik niet het meest bijzondere van het boek. Het meest aangrijpende vond ik de verhalen over Malcolm X, James Baldwin, Martin Luther King en Nina Simone en de kunstenaars Mendieta en Kathy Acker. De droom van het vrije lichaam dat ingeperkt wordt door anderen. Ook haar beschrijving van de vreugde en de adrenaline om je eigen belaste, individuele lichaam te kunnen afleggen en te versmelten met een woest, golvend collectief van lijven, is zo herkenbaar. We kennen het van concerten, van voetbalstadions, van demonstraties waarin we samen strijden tegen onrecht. Of door de muziek helemaal openbloeien en vloeibaar worden.

Voor mij tikte haar boek iets aan wat ik eigenlijk al lang wist en u ook. Namelijk dat alle strijd, alle emancipatiebewegingen, feminisme, homobeweging, burgerrechtenbeweging, black lives matter, altijd maar dan ook altijd gaan over het recht om niet onderdrukt te worden op grond van je lichaam. De overwinningen die zijn behaald, worden als we niet uitkijken, opnieuw aangetast.

Weer open en stromend te kunnen zijn en het lichaam als poreus ervaren, dat is een groot verlangen van ieders lichaam. Vrij zijn, overstromen, delen en op een mysterieuze wijze in werken op elkaars leven. Dat kan op een positieve manier en op een vernietigende.

Olivia Laing heeft me opnieuw doen voelen en ervaren dat alle lichamen er toe doen en dat het onze angsten zijn, die ons van elkaar scheiden. Een vrij lichaam is niet perfect, niet heel, maar verandert in ons leven maar stel je nu eens dat we ons lichaam zonder angst zouden bewonen. Laing eindigt haar boek met: “Stel je heel even voor hoe het zou zijn om zonder angst en zonder angst te hoeven hebben een lichaam te bewonen. Stel je eens voor wat we dan konden bereiken. Wat voor wereld we dan konden opbouwen”.

Geen man, geen vrouw maar regenboog

Gisteren een prachtige regenboog vanuit ons huis gezien door onze kleinzoon en snel, snel een camera riep. Ik pakte mijn telefoon en hij kon nog net de regenboog fotograferen. Wat een schoonheid, zo helder waren al die kleuren te zien. Opgetogen stonden we te genieten.

Vandaag had ik een opname voor een podcast door fit.nl. Als die klaar is, zal ik deze podcast op mijn site plaatsen. Twee jongens deden het gesprek. Ik had van tevoren de vragen gekregen maar die had ik slechts met een schuin oog bekeken. Ik merkte het wel hoe het gesprek zou gaan want ik vind het belangrijk om niet de antwoorden van te voren al klaar te hebben. Een beetje open zoeken en luisteren, komt een gesprek vaak ten goede.

We kwamen al snel op mannelijkheid en vrouwelijkheid en allerlei culturele inperkende beelden. Wie is de jager en wie de prooi? En wanneer wordt al die aandacht voor het uiterlijk een probleem? Vragen waar geen eenvoudige, makkelijke antwoorden op te geven zijn. Het gaat niet alleen over tijd die je besteedt aan make-up en sporten, maar als het vele uren per dag wordt, dan zou er een belletje moeten gaan rinkelen. Het motief waarom je iets doet is belangrijk. Verf je je op omdat je naar een feest gaat of durf je zonder make-up niet over straat? Als je drie keer of meer keer per week naar de krachttraining gaat, is dat een probleem of pas als je anabolen gaat slikken?

Niet naar perfectie streven, zei ik, want dan sta je daar met je prachtig opgemaakte gezicht en je spierbundels precies op de goede plek maar als jij niet thuis bent, zien we een leeg omhulsel. Bewonder mij, maar raak me niet aan! Niet vanuit een beeld oordelen. Niet te veel bezig zijn met mannelijkheid en vrouwelijkheid en de daaraan gekoppelde gedragingen maar mens zijn.

Dus aanwezig zijn in je lichaam, jezelf voelen van binnenuit, nieuwsgierig, niet oordelen, maakt je zachter en mooier. Mens zijn, zomaar stralend aanwezig, even genietend van de aanwezige schoonheid, net als de regenboog en verdragen dat ie ook weer verdwijnt.

Na een slecht begin toch een prachtige bloei

Wat hadden de dahlia’s een slechte start dit jaar. Honderden naaktslakken deden zich te goed aan de jonge dahlia planten en ze stonden er treurig bij met aangevreten blad. Het duurde ook lang voordat er van enige groei sprake was. Als het donker begon te worden en de naaktslakken massaal te voorschijn kwamen, gingen we ze rapen. Als we een grote bak vol hadden, zetten we ze uit aan de singel. Verder hadden we alles geprobeerd wat er maar werd aanbevolen om slakken te verminderen maar niets hielp.

De dahlia’s bleven klein en stonden er ongelukkig bij. Ook de peterselie en de jonge sla waren helemaal opgevreten door de slakken. We hadden niet eerder zo’n slecht dahlia seizoen en zo’n slecht moestuin seizoen gehad. Ik gaf het op.

En kijk nu eens. Volkomen onverwacht zijn de dahlia’s aan het groeien geslagen en op dit moment bloeien er vier verschillende soorten welig. Sommigen groeien me zelfs boven het hoofd. Wat een vreugde, dit had ik absoluut niet verwacht.

Zo kan het bij mensen ook gaan. Beschadigingen op jonge leeftijd oplopen en toch gaan bloeien. Hoe kan dat? Wie het weet mag het zeggen. Hoe hou je het vuur van het verlangen brandend en durf je toch op pad te gaan? Voor mij heeft het iets te maken met trouw zijn aan je eigen verlangen. Hoe diffuus dat verlangen vaak ook is. Het verwondert me keer op keer als ik het om me heen zie. Ook in mijn eigen leven ken ik diep verdrietige en dorre perioden en lijkt alle leven verdwenen en toch ineens is het vonkje weer aangestoken en lijk ik weer aangesloten op het leven. Onbegrijpelijk leven.

Waar zouden we zijn zonder de taal?

Openbare bibliotheek Neude Utrecht

In het hoofd van mijn moeder verdwijnt de taal langzamerhand. Ze spreekt nog wel, gebruikt woorden, maar die hebben hun betekenis al heel vaak verloren. Coherente zinnen vormen wordt steeds lastiger. Ze leest soms hardop de kop van de krant maar de betekenis ontglipt haar. Wel haalt ze die krant nog iedere morgen uit haar brievenbus. Zij is een lezer. Zij is nog een vrouw die een ochtendkrant leest. Mijn moeder is een autodidact. Door veel te lezen heeft ze zichzelf ontwikkeld.

Gewone taakjes zoals aankleden en thee zetten zijn heel moeilijk tot onmogelijk geworden. Ook voelt ze zich eenzaam en angstig. Logisch als je niet onthoudt, wie er op bezoek is geweest. We (mijn broers en ik) staan nu voor de keus of het beter voor haar is om naar een groepswoning te verhuizen. Daar heeft ze meer structuur en aanspraak, dat is het voordeel en hopelijk verminderen daar ook haar angsten.

Terwijl het in haar hoofd steeds mistiger wordt en de taal verdwijnt, lees ik teksten van Lacan en van auteurs die Lacan hebben bestudeerd. Bijvoorbeeld Marc de Kesel “Zijn Ik bestaat slechts in en dankzij de woorden en andere talige gestes die het representeren. Het bestaat enkel als gerepresenteerd. Het is nooit bij zichzelf present. Het heeft geen reeel zelf waarop het buiten de taal zou kunnen terugvallen.Zijn zelf is in laatste instantie niets anders dan “de plaats”die hij in dat bad van taal kan veroveren. Wie hij is, valt in laatste instantie samen met de plaats die hij inneemt in het talige universum dat hen representeert”.

Het is het Woord dat alles geschapen heeft. Daar zitten we dan samen. De verpleeghuisarts vindt het 100 procent beter voor haar als ze naar de groepswoning gaat. Mijn moeder begrijpt bijna niets meer en kan geen enkele beslissing nemen en heeft het idee dat iedereen haar in de steek heeft gelaten. Toch moet zij zelf toestemming geven om naar een groepswoning te gaan. Kan iemand mij uitleggen hoe???

Over het jonge kind die in een taal woont, een taal leert en met woorden wordt aangesproken en op die manier een identiteit vormt, is in de ontwikkelingspsychologie redelijk wat bekend. Maar waarom weten we zo weinig over het omgekeerde proces? Waarom is er zo weinig kennis over het afbrokkelende geheugen, de afname van taal en identiteit?

Wie weegt de woorden? Wie ijkt het gewicht?

Intimiteit en onthechting

Dit boek van Michel Dijkstra direct gekocht bij mijn geliefde boekhandel Pettinga na de inspirerende week over Joodse mystiek bij de Internationale School voor de Wijsbegeerte en vol enthousiasme gelezen.

Het thema van dit boek zit in de titel namelijk de balans blijven zoeken tussen nabijheid en afstand of zoals Dijkstra het noemt via overgave en ongebondenheid. Hij maakt gebruik van oosterse en westerse filosofie en zoekt in zijn vier essays interessante verbindingen. In een recensie in Trouw werden die verbanden vergezocht genoemd, maar dat deel ik niet. Ik vind ze spannend!

Vier radicale en bijzondere kunstenaars uit de twintigste eeuw: dichter Paul Celan, componist Claude Vivier, schrijfster Clarice Lispector en beeldend kunstenaar Alberto Giacometti zet Dijkstra in het licht en toont ons vier mogelijke wegen om tot een goed leven te komen. Herbronning, compassie, vrijgevigheid en succesvol falen. Levenskunst tussen ik en de ander.

Over Celan en Lispector schreef ik al eerder een column. Vandaag een citaat over Alberto Giacometti om u te laten proeven van deze rijke essays.

“Op een avond in 1937 ziet hij haar van een afstandje op de boulevard Saint Michel, als silhouet afgetekend tegen de achtergrond van een groot donker gebouw. Voor Giacometti is deze observatie een epifanie: hij heeft Isabel nog nooit zo waargenomen. In zijn atelier probeert hij deze openbaring van het gelijktijdig aanwezig zijn van afstand en nabijheidheid zo direct mogelijk te beeldhouwen, namelijk door een minuscull figuur te vervaardigen”.

Open naar een ander kijken, is ook jezelf beter leren zien. Voor verbinding is wel een jij nodig. Het gaat volgens mij ook om de verbinding met wie je was in het nu tot stand te brengen. Oog in oog staan met een ander zodat tijd en ruimte condenseren, wegvallen, en alleen een sprakeloze bewondering over de schoonheid van een ander overblijft. Ik vind het ontoerend dat Giacometti zich zo bewust was van zijn falen om die ongekende schoonheid weer te geven en het toch iedere dag bleef proberen.

De derde leeftijdsfase van vrouw naar mens naar onbegrensd

De hei is dit jaar al volop in bloei, de nazomer is begonnen. Gek gevoel, nu het academische jaar bijna begint,dat ik daar geen deel meer van uitmaak. Het is duidelijk dat ook ik in mijn nazomer ben beland. Om daar een beetje mee om te leren gaan en nieuwe betekenissen te zoeken, schrijf ik een boek over vrouwen in deze derde levensfase. Ik zoek naar rolmodellen en zie soms een oudere vrouw op de cover van een tijdschrift. Denk aan de actrice Judi Dench (85) die het oudste Vogue covermodel ooit was, maar daar kan ik me niet mee identificeren. Ik lees veel over de derde leeftijdsfase maar het merendeel van de teksten gaan over mannen.

Wie ben ik als vrouw, als mens zo zonder vastomlijnde beelden en taken. Nou ja het beeld van een oudere vrouw bestaat uiteraard wel maar dat is negatief. Een oudere vrouw is dor, gerimpeld en lelijk. Dat waren de woorden die gebruikt werden door respondenten die de zin afmaakte Het lichaam van een oudere vrouw is…………………………………………

In de media worden in sommige contexten, vooral seksuele contexten, vrouwen van veertig al oud genoemd en blijkbaar als je aan mensen vraagt om woorden te geven aan het lichaamsbeeld van een oudere vrouw, dan denken we aan een hele oude vrouw. Waarom is het culturele lichaamsbeeld van oudere vrouwen zo negatief? Ook over de positie van oudere vrouwen en haar betekenis is weinig positiefs te vinden. Misschien is alleen de rol van grootmoeder positief te noemen in onze tijd en cultuur.

Volgens klassieke ontwikkelingspsychologen is het doel van de ouderdom integratie maar hoe moeten vrouwen dat doen?

Rainer Maria Rilke schreef al in 1929 in zijn brieven aan een jonge dichter “Op zekere dag bestaan er het meisje en de vrouw, wier naam niet meer alleen een tegenpool van het mannelijke zal betekenen, maar iets op zichzelf staands, iets waarbij je niet aan aanvulling en begrendsheid denkt, alleen aan leven en bestaan: de vrouwelijke mens. Deze verhouding zal het liefde-beleven omvormen tot een verhouding die bedoeld is van mens tot mens, en niet meer van man tot vrouw”.

Een oudere vrouw, een mens op zichzelf maar uiteraard wel in relatie tot anderen en de haar omringende wereld, hoe kan zij zich positief vormgeven, omringd door al die negatieve beelden, dat is mijn vraag. Maar zoals Rilke het zo prachtig omschrijft door die vraag te leven en erover te schrijven, glij ik hopelijk op een dag, het antwoord binnen. Maar mochten jullie suggesties hebben, dan hoor ik die graag.

de transformatie van het geborduurde bos tot levende natuur

Frida Kahlo met gevlochten staart

Ik kon het niet laten om dit prachtige beeld van Frida Kahlo te laten zien. Dat kunstig gevlochten haar, die enorme wenkbrauwen, haar ketting en haar blik, daar kan ik lang naar kijken. Zo’n bijzonder krachtig en autonoom uiterlijk met een lichaam dat zo verwond is door een ernstig busongeluk.

Afgelopen weekend waren we in Den Haag bij het Panorama Mesdag. Ik durf het bijna niet te zeggen maar ik was er nog nooit geweest. Vrijdag gingen we erheen voor de tentoonstelling 100.000 bomen en een bos van draad van Sara Vrugt. Haar kunstwerk ontstond vanuit een gevoel van machteloosheid over het klimaat. Meer dan duizend paar handen hebben blaadjes en vogels geborduurd die samen op een groot doek een bos verbeelden. In de zoom van het werk worden zaadjes van bomen en planten verwerkt. Uiteindelijk wordt het kunstwerk in de tuinen van Museum Belvedere in Heerenveen geplant en zal het doek langzaam vergaan en de zaden ontkiemen.Zo tranformeert het geborduurde bos tot levende natuur.

We liepen er langzaam doorheen en er was zoveel te zien.en ook te horen. Het ontroerde.

Toch ook naar het ontstaan van het Panorama gekeken en uiteindelijk het Panorama gezien. Heel bijzonder dat ook de vrouw van Mesdag, Stientje en nog twee collega’s, aan het inmense doek hebben gewerkt. Ik vond het prachtig.

Den Haag heeft nog aardig wat authentieke winkels. We hebben genoten van een tweedehandskleding zaak op het Noordeinde. In een prachtige winkel was een enorme hoeveelheid goede kleding, gesorteerd op kleur en ruim uitgehangen te zien en voor weinig geld te koop. Je kunt kleding die je wilt verkopen daar zeven dagen laten hangen en als het niet wordt verkocht moet je het weer ophalen. Maar het was vooral de sfeer en de uitstraling van schoonheid en ruimte die me zo aansprak. Het was er dan ook behoorlijk druk.

Goede Ethiopische koffie gedronken en lekker Ethiopisch eten met kleine pannenkoekjes en een groot bord linzen en groenten.

Veel kunst gezien, want er zijn volop galeries en een grote antiekmarkt, heel fijn om zo ongecompliceerd weer eens samen een weekendje op pad te kunnen gaan. Een enthousiast groot orkest speelde zomaar op straat prachtige tangomuziek. O even die ervaring dat het leven goed is. Heerlijk.

Alles op de wereld begon met een ja

Mijn vorige column over Joodse filosofie en mystiek eindigde met de zin “en toen moest de dag met Clarice Lispector nog beginnen”.

“Alles op de wereld begon met een ja. Een molecuul zei ja tegen een andere molecuul en het leven ontstond. Maar voor de prehistorie was er de prehistorie en was er het nooit en was er het ja. Die zijn er altijd geweest. Ik weet niet hoe of wat, maar ik weet dat het universum nooit is begonnen”. Uit Het uur van de ster van Clarice Lispector

Ik weet niet hoe het u vergaat maar ik word direct vrolijk van deze tekst. Hoe te beginnen, zegt Lispector als dingen gebeuren nog voor ze gebeuren?

De mystiek van Clarice Lispector en haar gebruik van taal werd door Michel Dijkstra (een van de docenten van de week over Joodse mystiek) vergeleken met het Taoisme. TAO is de mysterieuze oorsprong van alles. Het is geen scheppergod maar een instantie waaruit het universum spontaan voortkwam. Het gaat erom de taal stromend te laten zijn, zodat begrippen niet gaan stollen.

Eerder schreef ik over haar prachtige beeld van geven: “genot is je handen openen en ongeremd het volledig weg laten stromen dat zich vurig had vastgegrepen. En ineens de schok: oh, ik heb mijn handen en mijn hart geopend en ik verlies niets! Tot je beseft dat in het uitlopen het zeer gevaarlijke genot van het zijn ligt. Maar dan komt een vreemde zekerheid: je hebt altijd iets om weg te geven”.

De wijze pot niets op. Als hij wat hij heeft aan anderen geeft, dan heeft hij zelf nog meer. Daodejing vers 81, fragment.

Ik heb zoveel aangereikt gekregen. Bijvoorbeeld dat denken een daad is en dat de woorden moeten blijven stromen en dat geven, krijgen is. Er is een lichtheid, speelsheid en taalgevoeligheid zichtbaar geworden en ik voel me als een kind zo blij en zeg ja.