De universiteit is jarig

Aula Academiegebouw Universiteit Utrecht

Mijn geliefde universiteit is vandaag jarig. Zij is 384 jaar geworden in deze tijd van Corona. We kunnen het dus niet op onze gebruikelijke manier vieren met een grote bijeenkomst in de Domkerk. Geen mooie optocht. Geen gloedvolle, inspirerende lezingen en geen receptie in de prachtige kloostertuin.

Ook mijn lezing in Tivoli van 23 maart is afgelast over de schoonheidsidealen. Er wordt voorzichtig geprobeerd een nieuwe datum te vinden 22 juni. Tenminste als de maatregelingen opgeheven kunnen worden. Ik hou jullie op de hoogte.

De grootste teleurstelling is het niet doorgaan van mijn afscheidsrede op 20 mei 2020. Ik vond het nog wel zo’n mooie datum en een woensdagmiddag waardoor de kleinkinderen erbij konden zijn. Zij hebben mij nog nooit in toga gezien. Ook wilde ik graag iedereen hartstochtelijk bedanken. Het is zo onwerkelijk om na ruim dertig jaar de universiteit zo stilletjes te verlaten. Ik moet me erbij neerleggen.

Maar vandaag werd ik gemaild door onze onvolprezen ondersteuners met de vraag of ik mijn afscheid wilde verplaaten naar september. Ik merk dat ik daar heel blij van word. Ik wist niet dat het me zo aan het hart ging en me teneer sloeg! Wonderlijk toch hoe een mens zich voor de gek kan houden.

Mijn hart jubelt en ik voel me licht. Mischien kan ik na twee weken quarantaine de kleinkinderen voorzichtig zien. Het schrijven gaat nu makkelijker. Mijn dank rede kan toch geschreven worden. En misschien zelfs uitgesproken en ontvangen.

Blijf gezond en houd moed

Nieuw onderzoek lichaamsbeeld

Senaatszaal Universiteit Utrecht

Rare timing om nu een nieuw onderzoek te starten? We waren er al even mee bezig. Ik wilde graag als afsluiting van mijn academische carriere nog een keer een grootschalig onderzoek doen naar het lichaamsbeeld van mannen en vrouwen.

In 2007 heb ik meegewerkt aan de documentaire Beperkt Houdbaar en daarvoor een vragenlijst ontwikkeld die we posten op de website Beperkt Houdbaar. Uiteindelijk hebben ruim 40.000 mensen deze vragenlijst ingevuld en dat leverde een schat aan informatie op. Een van de belangrijkste conclusies was toen dat Nederlanders behoorlijk tevreden waren met hun uiterlijk. Mannen meer dan vrouwen. Meisjes waren het meeste ontevreden maar vanaf 25 jaar werden vrouwen positiever over hun uiterlijk om vanaf 50 jaar weer iestje naar beneden te gaan.

Opvallend ander onderzoeksresultaat was ook dat het feitelijke gewicht er niet zoveel toe deed maar dat het veel meer gaat om de perceptie, de manier waarop we ons lichaam waarnemen.

Nu wil ik graag nieuwe data om te zien of de druk op het uiterlijk inderdaad is toegenomen en of de ontevredenheid over het lichaam is veranderd. In de media is heel veel aandacht voor het uiterlijk en lijkt het alsof we massaal aan de botox en fillers zijn gegaan, maar is dat wel zo? Of zijn we toch de schoonheid van imperfectie gaan omarmen?

Op mijn website staat de link naar de vragenlijst. Ik begrijp dat in deze barre tijd uw hoofd er misschien niet naar staat maar het zou fijn zijn als u meedoet.

Zorg goed voor uw lichaam.

Doe hier mee aan het ► Onderzoek Lichaamsbeeld

stap voor stap afscheid van de universiteit

Liesbeth met het junior docenten team op Martijn na

Daar sta ik dan in het midden. Omringd door mijn juniordocenten psychologie, op Martijn na, die ziek was de dag dat deze foto werd gemaakt. De laatste intervisie bijeenkomst waar ik bij was, ziet u hier op beeld. Stuk voor stuk fijne mensen met een onderwijshart, heel verschillend van elkaar en toch een team.

De juniordocenten zijn altijd voor mij een bijzondere groep collega’s geweest. Voor de meesten is dit hun eerste baan, soms direct na hun afstuderen. Hun enthousiasme en hun onzekerheid is mij zo bekend. Toen ik begon in 1988 als docente mocht je het allemaal zelf uitzoeken. Ik kreeg taken en hoe ik die uitvoerde?????? Dat had ook wel wat maar wat een hoeveelheid tijd en voorbereiding ging daar in zitten. Het heeft jaren geduurd voordat ik een beetje vertrouwen kreeg in mijn onderwijs.

Binnen psychologie werken we al jaren met een grote groep jonge docenten die de werkgroepen in het eerste jaar verzorgen. Vanaf het tweede jaar dat zij docent zijn, geven ze ook in het tweede jaar van de opleiding onderwijs. Zij vormen een hecht team met elkaar en mogen 10 procent van hun tijd aan hun ontwikkeling als docent besteden. De intervisie groepen vormen daar ook een onderdeel van. Het bij elkaar in de klas kijken en feedback geven en ontvangen is gewoon bij deze generatie.

Het onderwijs is zo goed als de slechtste docent. Samen verantwoordelijk zijn voor een heel onderwijsjaar verhoogt ook de kwaliteit.

Wat een aardigheid en waardering heb ik van hen ontvangen. Voor mij was met hen werken een van de plezierigste taken op de universiteit.

Hoogleraar

Liesbeth bij de promotie van Kayla

Daar loop ik dan, ingetogen en aandachtig over de gangen van het academiegebouw in Utrecht. De toga is van een dikke stof gemaakt en dat is in de winter heerlijk warm in de Domkerk. In de zomer lopen we erin te puffen. De toga wordt alleen gebruikt bij promoties en oraties en de Dies, verjaardag van de universiteit. De gekleurde ringen symboliseren de verschillende faculteiten. Mijn faculteit, sociale wetenschappen, heeft de kleur lichtblauw. Kijk maar op mijn rechtermouw.

Hoe vaak zal ik mijn toga nog dragen?

Mijn promotierecht hou ik tot vijf jaar na mijn emeritaat. Dus een enkele keer zal ik de toga nog dragen. Daarna schenk ik hem aan de UU of hij gaat in de verkleedkist van de kleinkinderen.

Ik heb nog steeds veel sociale rollen. Dochter, moeder, zus, vriendin, vrouw, oma, buurvrouw, psychologe en hoogleraar om de belangrijkste te benoemen. Wat gaat er veranderen als ik met pensioen ga? Dan vallen er sociale rollen af en komt die van gepensioneerde erbij. Wat gaat dat doen in mijn gevoel van wie ik ben? Wat gaat dat doen voor mijn identiteit? Ik verwacht niet zoveel maar zeker weet doe ik het niet. Ben tenslotte meer dan dertig jaar aan de universiteit verbonden geweest.

Ik mijmer wat en kijk met een glimlach naar mezelf in toga. Het was/is een leuk spel.