
Deze foto van een rode Dahlia maakte ik gisteren in onze tuin. Mijn grootvader, vader en ikzelf als oudere, hadden een volkstuin. Op die volkstuin werden dahlia wedstrijden gehouden. Wie had de grootste dahlia gekweekt kan ik me herinneren. Met een centimeter werd de doorsnede van een bloem gemeten en warempel mijn opa won de eerste prijs. Wat waren we trots. Ook de bloemen van mijn vader vielen regelmatig in de prijzen.
Als tiener wende ik me af van de tuin van mijn opa want dat vond ik stom, saai en burgelijk. En trouwens ook veel te veel werk.
Pas diep in mijn volwassenheid kwam mijn liefde voor de tuin terug en verdomd ook ik ben nu een dahlia fan. Op een trotsmarkt in Wijk bij Duurstede kocht ik biologische bloembollen en ik had nog een paar knollen van mijn vader. Ieder jaar graven we die uit en leggen ze te drogen op de zolder en ieder voorjaar gaan ze weer in de grond.
De weg van een mens is een kronkelige. De dahlia’s geven mij een gevoel van thuis en ik vind het fijn mijn (groot) vader op deze manier bij me te hebben.
De afwisseling van tuinieren en schrijven aan mijn nieuwe boek is geweldig. Ik begin thuis te komen.




