Van wie is ons lichaam?

We leven in een tijd waarin we kunnen ingrijpen in ons lichaam. Dit ingrijpen wordt vaak verpakt als een vorm van zelfzorg of empowerment. Achter die ogenschijnlijk persoonlijke keuzes schuilt een misschien ongemakkelijke vraag: Van wie is ons lichaam, van wie is ons verlangen eigenlijk?

De psychologie en filosofie laten zien dat het lichaam niet zomaar van zichzelf is. We kijken met de ogen van anderen naar onszelf, door de aangeboden ideaalbeelden, taal en cultuur. Wat we mooi vinden, voelt persoonlijk, maar is altijd diep sociaal en cultureel gevormd.

Luce Irigaray, die ik weer uit de boekenkast heb gehaald zou misschien zeggen dat we iets zijn kwijtgeraakt. Verschil. Eigenheid. Schoonheidsidealen zijn vanuit de mannelijke, heteroseksuele blik gevormd en vandaaruit is de vrije keuze voor een cosmetische ingreep te wantrouwen. Omdat lichamen steeds meer op elkaar gaan lijken, wordt cosmetische chirurgie geen expressie van individualiteit maar aanpassing aan een ideaalbeeld van mannen over vrouwen.

Judith Butler kijkt op een andere manier naar cosmetische chirurgie. We zijn geen passieve volgers van normen en waarden. We bewegen ons binnen die normen, onderhandelen ermee, spelen ermee. Misschien is een ingreep niet alleen aanpassing maar ook een manier om invloed uit te oefenen om door anderen aantrekkelijk gevonden te worden.

Zelf probeer ik nieuwsgierig naar mijn lichaam en dat van anderen te kijken. Ben niet op zoek naar perfectie maar zie het lichaam als plaats van geleefde ervaringen en mogelijkheden. Ik besef heel goed dat het voor mij makkelijker is om zo te denken gezien mijn leeftijd en het feit dat ik zonder cosmetische chirurgie en gemanipuleerde schoonheidsidealen volwassen ben geworden. Maar misschien helpen de inzichten van Irigaray en Butler jou om een beetje los te laten komen van de sociale druk tot conformeren en wat meer ruimte te maken voor je eigen verlangens.

Vrouwelijk denken in Texel

We zijn weer op Texel in ons geliefde huisje met stapels boeken, muziek en heerlijk eten.

Na een autorit met stormachtig weer en bij tijd en wijle heftige regens kwamen we in het donker aan bij ons huisje. Pete had zich al geinstalleerd en toonde me zijn boeken. Veel Jung en wat Kierkengaard, Ton Lathouwers en Marieke Lucas Rijneveld. Wij lenen elkaar met regelmaat boeken uit en ik had Zij is soms altijd, vrouwelijke gestalten van compassie voor hem meegenomen en hij leende mij Vrouwelijk denken in Parijs van Renee Hable uit de jaren tachtig van de vorige eeuw.

Ik ging als eerste, vroeg naar bed. Het zal rond 22.30 geweest zijn. Ik slaap veel in deze stille periode en ik droomde vannacht dat ik in een stoet liep met allemaal prachtige intelligente vrouwen. We waren vrolijk en liepen met stevige pas en armen zwaaiend door de straten. Er kwam ons een man tegemoet die blij knikte omdat hij zoveel mooie, slimme vrouwen zag. Ja dat ging de goeie kant op.

Tijdens het ontbijt vertellen we elkaar onze dromen maar ik was deze flard alweer vergeten. Na een wandeling en boodschappen gehaald te hebben, pakte ik het boekje Vrouwelijk denken in Parijs uit de jaren tachtig en ik las over lezingen van Helene Cixious, zoals die uit 1987 waarin het werk van Clarice Lispector centraal stond. De Braziliaanse schrijfster die zo precies schrijft en die vraagt om een aandachtige, liefdevolle en tedere manier van lezen. Het gaat er om om dichtbij het lichaam van de tekst te blijven om haar betekenissen te kunnen verstaan. Lispector is ook een van mijn geliefde schrijfsters.

“en nooit heben wij de nodige tijd, die kalme, bloedrode tijd, die de voorwaarde voor deze liefde is, die rustig nadenkende tijd die de moed heeft iets gewaar te laten worden”. Het gaat om de langzaamheid, die de bron van tederheid is”. p. 26

Luce Irigaray, Helene Cixous, Clarice Lispector en vele andere prachtige en slimme vrouwen waarmee ik door de straten mag marcheren en op wiens schouders ik mag staan, wat een gevoel van vreugde geeft me dat en ook fijn om te weten dat mijn animus zag dat het goed was.