Als gast in de podcast van mijn zoon

Deze foto is in de studio van mijn zoon Andreas gemaakt.

Hij was een makkelijk en lief kind dat zichzelf goed kon vermaken. Hij tekende uren, heel gedetailleerd, en met veel kleuren. Ik heb nog een tekening uit zijn Chinese periode waar hij dagen geconcentreerd aan heeft gewerkt. Hij wilde als kind tekenaar en schrijver worden.

Zomaar ruimte innemen dat deed hij niet. Als ik iets van hem wilde weten moest ik zorgen dat ik alle tijd en aandacht voor hem had want anders vertelde hij niets. Van hem houden was heel makkelijk. Een meester van zijn lagere school noemde hem zonnetje en dat was hij.

Zoekend in zijn puberteit en jonge volwassenheid met de verleidingen van drank en drugs maar hij had al snel door dat die hem niet verder brachten en hij vond zijn grote Spaanse liefde. Ze kregen twee prachtige kinderen en maakten mij daarmee een gelukkige oma.

Vijf jaar geleden werd hij ziek, ernstig ziek, en het duurde een tijdje voordat het duidelijk was, wat hij had. Een zeldzame kankervorm. Dat was een afschuwelijke klap. Nu is hij min of meer stabiel door een grote zak medicijnen die allemaal hun bijwerkingen hebben. Hij ging aan zichzelf werken om zich niet door angsten te laten leiden maar zijn leven, hoe kort misschien dan ook, echt te leven. En hij groeide als mens.

Nu hij wist en ervaarde dat zijn leven eindig was, kwam zijn droom weer langs tekenaar en schrijver worden. Hij besloot om zich niet af te laten keuren maar het financiële risico te nemen, voor zichzelf te beginnen. Zijn droom waarmaken en met zijn beperkte energie zijn eigen werk te maken, zijn stem te laten horen, een stille en krachtige stem.

Hij heeft het lef om voor zichzelf te beginnen als podcastmaker. Hij noemt zijn podcast De Stilte Spreekt en dat is zo toepasselijk. Ik steun hem daar van harte in en zo werd ik zijn derde gast. Het voelt kwetsbaar en sterk tegelijkertijd. De Stilte Spreekt. Luister naar hem.

Klasseverschillen of zorg dat je een kantoorpikkie wordt

Iedere maandagmorgen gaan we wandelen in het prachtige bos in Doorn. Heerlijk rustig in plaats van zondagmiddag. Maar goed, we wandelen en genieten van het prachtige licht en ineens zien we een kudde schapen. Verwonderd blijven we staan. Grappig wat doen die schapen hier? Nou die waren volop aan het knabbelen aan de bladeren en de takken.

Er komt een man aangelopen met een hond. Leuk die schapen zeg ik tegen hem. Hij kijkt me vernietigend aan en zegt “helemaal niet. Nu moet ik mijn hond aan de riem houden, omdat die schapen daar lopen”. “Ja dat moet van die schaapsherder”, zei hij. De minachting droop van zijn stem. Ik moest mijn best doen om niet hard te gaan lachen. Hij was boos, zijn schouders zaten aan zijn oren. Hij vond het volkomen normaal dat hij kwaad was en met een uiterst gespannen lichaam, liep hij ons voorbij. Ik keek hem lang na.

Waarom dacht deze man dat hij recht had op het bos? Waarom raakte hij van streek omdat er iets was veranderd? UIteraard heb ik geen idee uit wat voor achtergrond deze man komt of dat hij recent iets heel ergs heeft meegemaakt, maar het riep de vraag bij me op:

Waarom of waardoor raakt iemand zo snel van streek? Waarom was het bos voor hem, zijn wereld en niet de wereld van iedereen van alle levende wezens?

Een ander moment dat mij triggerde om opnieuw over verschillen na te denken was de podcast van mijn zoon met zijn vader. Andreas Bouman interviewt zijn VADER Jan Bouman – Raaak Praaat | Podcast on Spotify

Hierin vertelt hij over zijn arbeidersafkomst en het advies van zijn oma om een kantoorpikkie te worden in plaats van een fabrieksarbeider. Kantoorpikkies hoeven niet veel te doen, worden niet moe van hun werk en jochie je verdient er meer. Zorg dat je een kantoorpikkie wordt. In de podcast vertelt hij dat hij in een volstrekt andere wereld kwam op de HBS en kinderen ontmoeten die met elkaar konden praten en vertellen…….. Het was voor hem een totaal vreemde wereld.

Het derde voorbeeld dat me deze week opviel was een journaal item waarin verteld werd dat het aantal 9 en 10 jarigen sterk was toegenomen die al naar de middelbare school gingen. We zagen een klas met alleen witte kinderen.

We gebruiken wel de woorden armoede en ongelijkheid maar het woord sociale klasse wordt amper gebruikt in onze op het individu gerichte samenleving. En er wordt bijzonder weinig nagedacht over welke vergaande consequenties de grote klasseverschillen hebben als De wereld niet ook jouw wereld mag zijn.