
Bij het woord thuis denken we meestal aan iets persoonlijks: een gevoel van veiligheid, erkenning, gezien worden en verbondenheid. Maar wie zich thuis kan voelen, wordt niet alleen bepaald door de binnenwereld. Ook de buitenwereld vertelt ons voortdurend wie erbij hoort, wie gezien wordt en wie zich moet aanpassen.
Vanuit fenomenologisch perspectief begint thuis bij het lichaam. Het lichaam is niet alleen iets wat we hebben: het is de manier waarop we in de wereld aanwezig zijn. Niet ieder lichaam wordt op dezelfde manier ontvangen.
Vanuit het perspectief van Simone de Beauvoir is vrouw zijn niet alleen een lichamelijk gegeven maar eveneens een maatschappelijke positie. Vrouwen leren wat passend , mooi, bescheiden, aantrekkelijk is en de samenleving is daarmee niet neutraal: zij kent verschillende posities toe aan verschillende lichamen waarbij het witte, heteroseksuele lichaam van mannen de norm is.
Voor minderheden komt daar een ander perspectief bij. Vanuit Alicia Genschinska’s denken over ontheemding begrijp ik dat wonen niet automatisch betekent dat je er thuis bent. Wanneer, taal, huidskleur, afkomst, religie, gender of culturele achtergrond voortdurend als anders wordt benoemd, kan de samenleving een plek worden waarin je wel aanwezig bent, maar nooit helemaal vanzelfsprekend aanwezig.
De ervaring, het gevoel dat je je bestaan niet steeds uit hoeft te leggen maar er vanzelfsprekend mag zijn, dat is thuis.