
Het tijdschrift Uitzicht heeft een themanummer over kanker en identiteit.
Hier een stukje uit het interview
Wie ben ik zonder mijn gezondheid?
Liesbeth Woertmans recente boek ‘Zeg me wie ik ben’ gaat over identiteit. Over wie we denken te zijn en hoe anderen ons zien. Als psycholoog heeft ze jarenlang identiteitsontwikkeling bestudeerd. Maar toen ze in 2017 huidkanker kreeg en een half jaar later baarmoederskanker, stortten al haar denkbeelden over zichzelf in. Wat ze academisch beschreef, beleefde ze plotseling aan den lijve.
“Bijna voor alle mensen die de diagnose van een ernstige ziekte krijgen, gebeurt dat”, legt ze uit. “Alle beelden die je in je hoofd hebt over jezelf storten gewoon zo in. Die functioneren niet meer. Dat heeft te maken met de schrik van het onverwachte. Mensen denken toch niet echt dat ze zelf aan de beurt komen.”
Het is wat ze in haar werk een ‘psychologisch tussengebied’ noemt. “Het oude functioneert niet meer. Ik kan niet overeind houden dat ik eeuwig blijf leven, dat ik heel gezond ben. Maar het nieuwe is nog niet ingedaald. Je hoort de woorden wel, je begrijpt ook wel wat er gezegd wordt tegen je, maar het duurt echt wel een poosje voordat het echt ingedaald is en die nieuwe werkelijkheid onderdeel gaat worden van je identiteit.”
Ernstige ziekte is daarin vergelijkbaar met andere levenscrises, vertelt Liesbeth. Net zoals met rouw, met verdriet, met nieuwe partners, met werk – het vraagt het leven keer op keer dat je jezelf opnieuw gaat definiëren. “Maar bij kanker komt er zóveel tegelijkertijd bij kijken. Alle nieuwe behandelingen die je moet ondergaan. De eerste keer dat je een MRI-scan moet, dat er chemo in je lichaam wordt gebracht, dat je bestraald moet worden. Dat is pittig”.