
Identiteit opbouwen is de titel van het 2de hoofdstuk van Zeg me wie ik ben. Over grenzen van identiteit.
We leren als kind via de ander die ons spiegelt, het spel van ik en jij. Ongeveer vanaf driejarige leeftijd houdt het vrijblijvende van het spel op, want dan is het kind vertrouwd geraakt met het woord ik en valt ermee samen. In de puberteit ontwikkelen we een seksuele en een sociale identiteit. De jongste generatie heeft daarnaast te maken met een digitale persoonlijkheid. In de volwassenheid komen daar relaties en werk bij.
Nieuwe rollen in onze levensloop. Welke nemen we op in wie we zijn? Met welke rollen identificeren we ons uiteindelijk? Wanneer nemen we daar weer afstand van zoals bij ziekte, baanverlies of wisselingen op relatie of werkgebied.
Identiteit bouwen we ons hele leven op en af.
Ik kon me in mijn puberteit nog tegen mijn moeder afzetten om iemand op mezelf te worden, maar hoe doen tieners van nu dat? Stellen ouders nog grenzen waar tieners zich tegen af kunnen zetten? Geen grenzen kennen, aan niemand behalve jezelf autoriteit toekennen, je eigen keuzes maken, je eigen weg zoeken en bij de groep willen horen, is een moeilijke opdracht, die een identiteitsopbouw kan bemoeilijken.
Pubers en adolescenten kunnen zichzelf nog niet begrenzen. Laten wij als volwassenen hen helpen.