
Gisteravond, 25 juni 2026, hadden Willem Roskam, de pastor van de Domkerk en ik een mooi gesprek over mijn laatste boek Zeg me wie ik ben. Ondanks de hitte waren zeventig mensen naar de Domkerk in Utrecht gekomen om te luisteren en mee te praten.
Hoe vertel ik u op papier een dag later, na een korte nacht vanwege de hitte, hoe mooi dit publieke interview, cq. gesprek was?
De kerk was redelijk koel. Het merendeel van de mensen kende ik niet. Er waren drie oud studentes, mijn jeugdvriendin Betty en de rest van de mensen had ik niet eerder ontmoet. . Willem had mijn boek heel goed gelezen en dat is altijd een geschenk. We spraken over de titel, over de breedheid van de disciplines die ik gebruik, mijn persoonlijke stukken en inspiratiebronnen en de in- en uitsluitingsmechanismen van identiteit. We spraken over levenslang zoeken en jezelf ontwikkelen, nieuwe dingen durven doen, nieuwe mensen ontmoeten en over de moed om je aan te laten spreken door iemand. Maar vooral dat identiteit een dingetje van het ego is.
Hij zei in de loop van het gesprek dat ik behoorlijk sereen en in balans overkom maar dat er uit mijn werk ook een grote maatschappelijke betrokkenheid en soms zelfs woede naar voren komt. Ik herken dat direct en het ontroert me dat iemand me zo goed leest.
Naast Willem Roskam luisteren de mensen zo aandachtig dat ik me volkomen op mijn gemak voelde en maximaal en rustig kon zoeken en spreken. De woorden en voorbeelden kwamen moeiteloos en hij gaf me met zijn interessante vragen volop de ruimte.
Als laatste las Willem de slotregels van Zeg me wie ik ben voor: “De toegang tot de oergrond hangt in grote mate af van vertrouwen tussen mensen. Het zal minder over identiteit moeten gaan en al helemaal niet over identiteitspolitiek, omdat deze manier van denken en leven vooral uitsluit. Laten we het over ‘wij’ hebben, over wortelen en thuiskomen”.
Zelden verliet ik een publiek optreden met zoveel tevredenheid en een sterk gevoel van verbondenheid.